Actueel
Nieuwskrant
Persberichten

Nieuwskrant

Nummer 1 - januari 2001
Nummer 2 - februari 2001
Nummer 3 - augustus 2001

Nummer 4 - november 2001


Nummer 4 - november 2001
Onregelmatig verschijnende nieuwskrant

In dit nummer:

- Varend de duivel en winter verdrijven
  Wintertocht op Groote Stroom
- Noordbrabants Museum wil navolgers van Bosch
- Scholieren zetten tanden in Bosch
- Muziekfestijn flirt met zestiende eeuw en nu
- Jeroen Bosch ontsluierd?
  Internationaal Jheronimus Bosch Congres
- De Wereld van Bosch verlengd

Varend de duivel en winter verdrijven
Wintertocht op Groote Stroom

In de late Middeleeuwen klonk in december luid klappertanden. Maar niet alleen vanwege de kou. Vooral het idee dat de winter het seizoen van de duivel was, bezorgde kippenvel. Gelukkig boden omkeringrituelen uitkomst. Zij hielpen bij de verdrijving van helse figuren, vorst, honger en onvruchtbaarheid. Van 13 december 2001 tot en met 6 januari 2002 bezegelt Stichting De Groote Stroom het einde van het Jeroen Bosch jaar met vaartochten over de Dieze die in het kaarsverlichte teken van omkeringrituelen staan.

Omkeringsrituelen zijn eeuwenoude bezweringsfeesten waarin Germaans bijgeloof en christelijke opvattingen hand in hand gaan. Volgens de historicus Herman Pleij zou Carnaval hier zelfs uit zijn ontstaan. Al verdrijft de hedendaagse mens de winter bij voorkeur met hoogrendementsketel of verblijf op de Azoren, toch kent de Nederlandse cultuur nog sporen van omkeringsrituelen. Zo verjagen jongeren in Noord-Holland de duivelse kou met Luilakken – waarbij zoveel mogelijk herrie wordt gemaakt – en verslepen hun leeftijdgenoten in de Noord-Oost Polder tuin- en straatmeubilair van hot naar her – het zogeheten ‘kruien’. In december en januari beleeft ook ‘s-Hertogenbosch zijn bezweringsfeest: de Wintertocht. Voor het concept tekent theaterdocente Marian van Steen, die eerder de kinderspeurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ en de ‘Boschwandeling’ met audioguide bedacht. Inspiratie ontleent ze vooral aan de vogelbode op schaatsen, een duivels wezentje dat Bosch laat opduiken op zijn ‘Verzoeking van de heilige Antonius’ die in het Museum voor de Oudheid te Lissabon hangt. Verder doorploegde Van Steen boeken over omkeringsrituelen en bijgeloof. "Opvallend is dat ze in de tijd van Bosch niet alleen de duivel wilden verdrijven, maar ook een legitimatie zochten om feest te vieren. Zo kon je de ontberingen van de winter beter aan. Even opmerkelijk is dat omkeringsrituelen wereldwijd voorkomen. Voorbeelden? In Zweden leggen kinderen in november een lepel onder hun hoofdkussen. ’s Nachts komt een boze heks die lepel stelen. Maar na één blik in de glanzende lepel slaat ze op de vlucht voor haar evenbeeld. Dat bezweringsritueel zie je ook terug met Kerstmis: de spiegelende kerstballen in de boom moeten het kwaad verjagen. Een variant zie je op Madagascar, waar ze gekleurde flessen in de bomen hangen. Als die rinkelen in de wind, kiezen boze geesten het hazenpad."

Baby-met-twee-hoofden
Van Steen heeft een flinke stapel plannen ontwikkeld voor de Wintertocht. "Het is afhankelijk van tijd en geld welke we kunnen verwezenlijken. Steun krijgen we in ieder geval van docenten en studenten Design Art & technology van het Koning Willem-I College. Zij gaan verschillende objecten uitvoeren, waaronder baby’s met twee hoofden. Dat voert terug op twee bronnen. Enerzijds kenden de Germanen de tweekoppige god Janos, van wie het ene hoofd vooruitkeek en het andere terugblikte. Anderzijds heb je in Den Bosch de overlevering van de baby-met-de-twee hoofden, die ooit aan de oever van de Dieze is gevonden. Die miraculeuze vondst leidde korte tijd tot bedevaarten. Voor de Wintertocht wil ik ook Bossche leerlingen vragen om bomen aan te kleden met voorwerpen die hun angsten kunnen verdrijven."

Schaatsen
Een Anton Pieck-tocht moet het zeker niet worden, bezweert Van Steen. Eerder zoekt ze een theatrale vorm om de historie te verlevendigen. Enthousiast: "Mijn hoop is ook dat je meer van de duisternis in het werk van Bosch gaat snappen. De Wintertocht is ook meer dan een vaartocht langs waxinelichtjes en bezweringsbomen. Het arrangement omvat ook een bezoek aan de kelder van het woonhuis van Bosch op de Markt. Lijkt me prachtig om er oude schaatsen te exposeren. Ik heb pas nog contact gehad met de Nederlandse schaatsenverzamelaar bij uitstek. Zijn oudste exemplaar? Uit 1450, het vermoedelijke geboortejaar van Bosch."

De Wintertocht van Stichting De Groote Stroom vindt plaats op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag in de periode van 13 dec. t/m 6 jan. Dagelijks vertrek om 14.45, 15.45 en 16.45 uur. Het arrangement is inclusief koffie, gebak, glühwijn en eventueel diner. Reserveringen via het bezoekerscentrum van De Groote Stroom a/h Nachtegaalslaantje 1 (073-614 72 17) en bij de VVV-Uitwinkel aan de Markt (0900-11 22 33 4)

[Top]

Noordbrabants Museum wil navolgers van Bosch

Het Noordbrabants Museum wil de komende jaren meer schilderijen van navolgers van Bosch verwerven. Zo moet een permanente collectie ontstaan die de aandacht op Bosch blijft vestigen.

Eind vorig jaar beschikte het Noordbrabants Museum over drie werken van navolgers van Bosch. Binnenkort komen er vijf bij. "Acht werken is mooi, maar nog een tikje te weinig", vindt directeur Jan van Laarhoven. "Op ons verlanglijstje staan er nog verschillende, waaronder echte knallers. Het is onze intentie om die werken aan te kopen of langdurig in bruikleen te krijgen."

Van Laarhoven noemt het een utopie dat zijn museum ooit de hand zal kunnen leggen op een authentiek werk van Bosch. Wereldwijd zijn slechts 25 werken aan de meesterschilder toegeschreven. Al die pronkjuwelen zijn in handen van toonaangevende musea in onder meer Madrid, Lissabon, Venetië, Wenen en New York. "Die willen ze uiteraard niet kwijt. Bovendien zou de aanschaf niet te bekostigen zijn. Maar een collectie van Zuid- en Noord-Nederlandse navolgers is een uitstekend alternatief. Per slot van rekening tonen zij in hun werk dezelfde thematiek als Bosch. Daar draait het immers om; niet alleen om de stijl."

De ambitieuze plannen van het Noordbrabants Museum kunnen echter gaan botsen met de budgetten. Van Laarhoven: "Een klein schilderij van een navolger dat we hebben aangekocht kostte al fl. 350.000,–. En dat was een koopje. Als je de werkelijke topstukken wil aanschaffen, dan praat je al gauw over schilderijen van drie tot vijf miljoen gulden. Toch is zo’n collectie in onze ogen de manier om blijvend aandacht aan Bosch te wijden."

[Top]

Scholieren zetten tanden in Bosch

De tijd dat jongeren bij het begrip ‘Bosch’ louter aan zoemende afwasmachines dachten, lijkt in ’s-Hertogenbosch definitief voorbij. Dat concludeert Jane van de Lest, coördinator van de vele educatieve projecten voor scholieren in het Jeroen Bosch jaar 2001. Op donderdag 15 november 2001 vindt op het Jeroen Bosch College [sic] de finale van de scholierenprojecten plaats. Op het Open Bosch Podium zullen lokale jongeren hun eigen op Bosch geïnspireerde verhalen, tekeningen, muziek en video’s openbaar maken.

Andere wapenfeiten: in de nazomer en herfst hebben circa 1200 scholieren van het voortgezet onderwijs de Bosch-expositie in Rotterdam bezocht. In dezelfde periode stapten zo’n 900 leerlingen ‘De Wereld van Bosch’ in het Noordbrabants Museum binnen. Jane van de Lest: "Zo’n massale intekening had ik niet verwacht. Voor een flink deel is dat toe te schrijven aan het grote enthousiasme van docenten. Bosch leent zich ook uitstekend voor educatieve projecten, omdat zijn leven, werk en wereld vakoverstijgend zijn."

Vuur en vlam
Een kanttekening maakt Kees van den Oord, historicus en docent geschiedenis aan het Rodenborch College in Rosmalen. Hij heeft ondervonden dat niet elke scholier in vuur en vlam raakt bij de confrontatie met Bosch. "Maar dat is ook logisch. De Middeleeuwen staan ver van jongeren af. Een gevolg van de ontkerstening, waardoor ook de kennis van bijbel en symbolentaal minimaal is. Een uil of zwaan op een schilderij van Bosch zegt ze niks. Begrippen als hel en hemel daarentegen spreken wel aan. Al is er één verschil met vroeger: ze zijn voor de duivel niet bang. Opmerkelijk is dat jongeren vóór of tegen Bosch zijn. Niemand blijft er neutraal onder. En: ze zien hem toch vooral als surrealist."

Begin oktober coördineerde Van den Oord een scholierenuitwisseling in het kader van het Jeroen Bosch jaar. Leerlingen van het voortgezet onderwijs uit ’s-Hertogenbosch, Rotterdam en Leuven onderzochten enkele dagen lang zes thema’s in het werk van Bosch, waaronder ‘rijk en arm’, ‘hemel en hel’, ‘oorlog en vrede’. Het programma van de scholieren – 36 meisjes en 8 jongens – omvatte vooronderzoek, bezoek aan het Noordbrabants Museum en Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, een kijkje in de keuken van de Bossche en Rotterdamse curatoren en exclusieve lezingen van Jos Koldewij en Lucas van Dijck. "Een groot succes", concludeert Van den Oord. "En dat vond ik niet alleen. Tijdens de slotbijeenkomst in het stadhuis stelde Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de universiteit in Nijmegen, dat de scholieren met hun onderzoeken het niveau van zijn derdejaars studenten hadden bereikt. Eén opvallend onderzoeksresultaat? Dat leverden twee jongens uit Leuven. Met een videocamera hebben ze in hun eigen stad voorbijgangers ondervraagd over Bosch. Conclusie: in België is Bosch aanzienlijk bekender dan in zijn eigen geboortestad. Niet onbegrijpelijk: qua marketing hebben we in deze stad jarenlang zitten slapen."

Duivel in inkt
Een educatief scholierenproject dat nog loopt, is de gedichten- en portrettenwedstrijd die uitmondt in een najaarsexpositie. Zo’n 750 leerlingen zoeken voor hun poëzie inspiratie bij Bosch; circa 360 scholieren tekenen de wereld van Bosch of een vrij portret van de meesterschilder. Tim Heijmans [14] uit Rosmalen, derdeklas leerling Gymnasium op het Sint Janslyceum, is één van de deelnemers "Ik ben met inkt een duiveltje aan het tekenen. Zijn kop heeft-ie los in zijn hand. Het wordt een eivormig hoofd met wazige ogen, een kromme neus en hoektanden. Zo stel ik me duivels voor. Van Bosch wist ik niet veel. Maar op internet heb ik veel schilderijen van ‘m gevonden. Zijn stijl vind ik niet zo, al blijft het mooier dan landschappen. Of m’n tekening gaat winnen, weet ik niet. Waar ik de inspiratie voor dat duiveltje vandaan haal? M’n oma. Geintje."

[Top]

Muziekfestijn flirt met zestiende eeuw en nu

Van hemelse klanken tot de hel van de decibel. Dat biedt het Muziekcentrum op zaterdag 10 en zondag 11 november. Een vooruitblik op enerverende concerten, die in hun absurdisme en veelkleurigheid niet onderdoen voor het klankpalet van de schilder.

In de late Middeleeuwen bestond de overtuiging dat de duivel via het #oor# het menselijk lichaam binnendringt. Bosch had dan ook weinig op met muzikanten, die louter wereldse muziek speelden – in de kerken klonk alleen meerstemmige zang. Eén blik op rechterpaneel van De Tuin der Lusten zegt genoeg: de snaren van een harp doorklieven een zondaar; een luit verbrijzelt de rug van een naakte man die op een muziekboek ligt; duivels blazen op trompetten en bazuinen. Dat niet alleen Bosch gruwelde van wereldse muzikanten leert een vijftiende-eeuws tekstfragment van Dionysius de Kartuizer: "Hoe sal alsdan hunlieder ghehoor ghepijnicht worden / die nu in liedekens / in vuyle ende ydele woorden / in klappernyen ende lichtverdicheden hun verblijden?"

Oordopjes
Al is de duivel nog altijd verzot op trommelvliezen, één man in ’s-Hertogenbosch blijft oordopjes van de hand wijzen. Henri Broeren, coördinator van Muziekcentrum ’s-Hertogenbosch heeft immers een passie voor het onderzoeken van niemandslanden tussen muzikale genres, componisten en instrumenten. Op verzoek van het Jeroen Bosch Jaar 2001 stelde Broeren het Muziekfestijn samen. Geen peulenschil, zo blijkt. "De muziekgeschiedenis ligt vele componisten als een loden last op de schouders. Begrijpelijk, want binnen acht eeuwen kwam de muziek tot onwaarschijnlijke hoogtepunten. Het fundament daarvoor is gelegd tussen 1200 en 1600 met de ontwikkeling van de meerstemmigheid. Toch zie ik muziek uit de tijd van Jeroen Bosch niet als een historisch juk, maar als bron van fantasie en inspiratie." Bij het samenstellen van het Muziekfestijn volgde Broeren twee uitgangspunten: muzikale verbindingen leggen tussen de zestiende eeuw en nu en aandacht voor Brabantse componisten en musici. "Het gaat me niet om een zoektocht naar componisten die geestverwanten van Bosch zijn. Evenmin zie ik heil in de opdracht om werken van Bosch muzikaal te interpreteren. Het spannendste blijft toch om de tijd van Bosch als muzikale bron voor hedendaags werk te zien. Of dat een hel of hemel oplevert? Beide. In ieder geval ontstaat een fascinerende klankwereld."

Lelie
Rode draad in het Muziekfestijn is de wapenspreuk van de Illustere Vrouwe Broederschap uit ’s-Hertogenbosch: Sicut Lilium inter Spinas. In rond-Hollands: Als een lelie tussen de doornen. Drie componisten kregen de opdracht om inspiratie te putten uit dit motto van de sociaal-religieuze broederschap waar Jeroen Bosch lid van was. Sowieso speelden deze Zwanenbroeders, zoals ze in de volksmond heetten, een invloedrijke rol in de wereld van de laatmiddeleeuwse muziek. In hun opdracht schreven Clemens non Papa, Lupus Hellinck, Antoine Brume en anderen composities die in het archief van de Zwanenbroeders aan de Hinthamerstraat bewaard zijn gebleven.

Voor Broeren schuilt de charme van het tweedaagse festijn niet alleen in de muzikale confrontaties. Ook de evolutie van de polyfonie spreekt hem aan. "In de zestiende eeuw komt de meerstemmigheid tot zijn hoogtepunt. Tegelijkertijd zijn de polyfone werken uit die tijd nog niet onderworpen aan de harmonieleer zoals die vanaf de zeventiende eeuw geldt."

Wandelende klankkast
Of de duivel nog altijd een pact sluit met muzikanten? Eerder stelde Broeren: "Mocht Bosch na vijf eeuwen de hoop hebben dat musici inmiddels eerzame burgers zijn geworden, dan heb ik bar slecht nieuws voor de schilder. In dat wereldje blijft het lust en verderf wat de klok slaat." Feit is dat de bezoeker van het Muziekfestijn zich nooit volledig zal kunnen afschermen van geluid. Broeren: "Ook in de tijd van Bosch gold dat de mens een wandelende klankkast is. Je kunt je oren wel proberen af te sluiten, maar een groot gedeelte hoor je via je buik- en keelholtes. In die zin kun je letterlijk doodziek worden van muziek. Maar ook diep ontroerd raken. Dat laatste wil het Jeroen Bosch Festijn oproepen."

Programma Muziekfestijn:

zaterdag 12 november
20.30: Het Osiris Trio – viool, cello en piano – voert de wereldpremière uit van een werk van Jan Rokus van Roosendael, die in zijn hedendaagse composities sterk verwijst naar de 16e-eeuwse polyfonie. Van de partij zijn ook de fameuze Japanse pianiste Tomoko Mukaiyama en de Duitse stercellist Jurius Berger.

Overrompelende intermezzi leveren de vier leden van het Tilburgse hardcoregezelschap Blast. Dit kwartet zal nieuwe werken van de componisten Frank Crijns en Dirk Bruinsma uitvoeren, die zich lieten inspireren door Clemens non Papa. Ook Ineke Merkelbach van het Bossche ensemble de Blauwe Schuyt, dat is ingewijd in de muzikale geheimen van snorrebotje, pommer en vedel, levert muzikale omlijsting.

zondag 13 november
14.00 uur: lezing van Emile Wennekes over de muziek uit de tijd van Jeroen Bosch.

15.30 uur: Cappella Pratensis is het twaalfkoppige vocaal ensemble dat zich strikt beperkt tot uitvoering van vijftiende-eeuwse muziek. Bij hoge uitzondering verlaten ze hun vertrouwde pad en voeren ze een nieuw werk van Maurice Pirenne uit. Dit muzikale kopstuk uit ‘s-Hertogenbosch, onder meer verbonden aan de Sint Jan, liet zich inspireren door Clemens non Papa.

20.30 uur: Het vermaarde strijkorkest Musica Ducis speelt een compositie van Jan Rokus van Roosendael, dat eerder werd uitgevoerd door Nieuw Sinfonietta. Op het programma staat ook een instrumentale bewerking van Van Roosendael van een vocale compositie van Ockeghem.

Opnieuw laten zowel Blast als de Blauwe Schuyt van zich horen.

Voor informatie en reserveringen: 073 - 6 122 123

[Top]

Jeroen Bosch ontsluierd?
Internationaal Jheronimus Bosch Congres

Tijdens het Jeroen Bosch jaar 2001 hebben hamsteraars hun voorraadkasten kunnen vullen met Boschwijn en Boschkoek. Bent u inmiddels verzadigd? Wetenschappers niet. Ze lusten wel pap van Bosch. Van 5 tot en met 7 november 2001 confronteren ze elkaar met recente onderzoeksresultaten op het eerste Internationale Jheronimus Bosch Congres in Rotterdam en ’s-Hertogenbosch. "Genoeg werk aan de winkel. Van Rembrandt of van Van Gogh zijn leven en werk tot in detail bekend. Maar bij Bosch ontbreekt zelfs zicht op de hoofdlijnen." Een gedachtewisseling met twee betrokkenen.

Aan Bosch zijn meer dan duizend publicaties en vele tientallen websites gewijd. Toch is het dun gezaaid met symposia en congressen over de Bossche schilder. Rob van der Laar, hoofd externe dienst van het Stadsarchief: "Ooit is in Hongarije een internationaal congres aan hem gewijd. Maar dit is de eerste mondiale bijeenkomst in tijden. Vleiend dat het congres hoofdzakelijk in Den Bosch plaatsvindt? Natuurlijk, zelfs al bezit de stad geen authentiek werk van hem. Zelfs het bronmateriaal in onze archieven is schaars. Daar staat tegenover dat veel van Bosch’ zijn leefwereld gespaard is gebleven: zijn woonhuis, de Sint Jan, de Binnendieze, het Zwanenbroedershuis en het stratenplan van de Bossche binnenstad. Die context is enorm veel waard."

Tijdens het congres zullen gezaghebbende onderzoekers uit Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk en Amerika hun licht over Bosch laten schijnen. Toch is het vraagteken in de titel van het congres – ‘Jeroen Bosch ontsluierd? – veelzeggend. Jac Biemans, educatief medewerker van het Stadsarchief: "De schilder Bosch en zijn wereld blijven een puzzel. Gelukkig willen velen die oplossen. Het kostte ons ook geen enkele moeite om sprekers te vinden. En de bezoekers komen uit alle windstreken. Van Italië tot Texas".

Rimpelende vijver
Bosch trekt niet alleen de aandacht van wetenschappers, maar ook van gewone stervelingen. Van een hype willen de stadsarchivarissen echter niet spreken. Van der Laar: "Wel zie je een gestage groei in aandacht. De expositie in Rotterdam en het Jeroen Bosch jaar zijn belangrijke stenen in de vijver. Die rimpelen nog wel een tijdje verder. Ook mondiaal. Zo zie je plotsklaps de verkoop in Amerika van boeken over Bosch stijgen. Tegelijkertijd moet je je op lokaal niveau blijven afvragen hoe de aandacht voor Bosch kan beklijven. Want laten we eerlijk zijn: al die projecten – van Flairck tot Floating Time – zijn interessant, maar net zo vluchtig als de krant. Morgen wordt de vis erin verpakt. De belangrijkste vraag blijft: hoe kun je Bosch duurzaam benutten als eye-opener voor deze stad? Dan red je het niet met een standbeeld op de Markt waarvan de letters vrijwel onleesbaar zijn."

Suggesties doen ze volop. Een greep hieruit: de overname van de bejubelde website – www.boschuniverse.com – die Museum Boijmans Van Beuningen aan Bosch heeft gewijd; gebruikmaking van de foto’s van Bosch’ werken op ware grootte; bronzen objecten van figuurtjes uit werken van Bosch; de instelling van een Jeroen Bosch Prijs voor iemand die zich in de schilderkunst verdienstelijk heeft gemaakt. Tegelijkertijd willen ze zich hoeden voor een te elitaire aanpak. Een lastig parket, zo blijkt. Van de Laar "Enerzijds zie je ergerlijke mystificaties rond Bosch. Dan kan ik blij zijn met zo’n wetenschappelijk congres. Anderzijds vind ik veel Bosch-activiteiten te hoog gegrepen. Doe ook iets met een harmonie. Of met een amateur-gezelschap dat de abele spelen opvoert. Angst voor popularisering? Het kan mij soms niet gek genoeg. ‘De Nachtwacht’ dankt zijn internationale bekendheid voor een flink deel aan de koekblikken waarop-ie staat afgebeeld. Is dat fout? Nee. In het geval van Bosch zou je meer uit de kast mogen halen om de publieke belangstelling voor de stad en haar Gouden Eeuw te vergroten."

Enkele onderdelen van het internationale congres ‘Jeroen Bosch ontsluierd?’ zijn voor het publiek toegankelijk:

ma 5 nov. 21.00-22.00 uur: Openingslezing van prof. dr. Jos Koldeweij in Theater a/d Parade. ƒ 15,–

di 6 nov. 20.15-22.00 uur: Concert in de Sint Jan. Uitvoering van profane en religieuze muziek uit de 15de en 16de eeuw door Schola Cantorum, Hortus Musicus, Daniel Speer Trombone Consort en Maurice Pirenne. ƒ 15,–

wo 7 nov. 19.00-21.00 uur: Slotlezing van prof. dr. R. van Uytven en buffet in de Orangerie. ƒ 130,–

Informatie en reserveringen: Stadsarchief [073 - 615 52 87] of VVV-Uitwinkel [0900- 11 22 33 4]

[Top]

De Wereld van Bosch verlengd

Het Noordbrabants Museum verlengt zijn expositie ‘De Wereld van Bosch’ tot 20 januari 2002. Zowel de gunstige bezoekersaantallen als de sterke aandacht van de media hebben tot dit besluit geleid.

De expositie ‘De wereld van Bosch’ – die aanvankelijk op 2 december zou eindigen – toont het culturele leven van de late Middeleeuwen in ’s-Hertogenbosch aan de hand van schilderijen, meubels, huisraad, insignes, boeken en filmbeelden. Zo ontstaat een opmerkelijk verhaal over de leefwereld van Jeroen Bosch, met niet alleen aandacht voor de vijftiende- en zestiende-eeuwse rijkdom, maar ook voor de rafelrand en rampen in die tijd.

Volgens Rick Vercauteren, hoofd communicatie van het Noordbrabants Museum, trekt de expositie dagelijks 600 à 700 bezoekers. "Het succes hangt sterk samen met de laagdrempeligheid. Zeker in het onderwijs is de expositie goed gevallen. Verder merken we dat er veel mond-tot-mond reclame is. Maar ‘De Wereld van Bosch’ kent ook een ander succes. Verschillende instellingen in de stad hebben samengewerkt bij deze expositie; van het Stadsarchief en de gemeentelijke afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten tot aan de Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening en Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Die samenwerking is winst, waar je ook na het Jeroen Bosch jaar op voort kunt bouwen."

[Top]


Nummer 3 - augustus 2001
Onregelmatig verschijnende nieuwskrant

In dit nummer:

- "Geestelijke luiheid is de ergste hoofdzonde"
  Bestuursvoorzitter Leenaars van hoofdsponsor SNS Reaal Groep
- Een echte Bosch?
- Vestingstedendagen
- Expositie De Wereld van Bosch
- De kelder van Bosch
- Herfstlezingen over Bosch
- Foei, Teufel
- "Een langdurige oogst"
- Leuker dan spijbelen
- Bosch ten voeten uit
- Middeleeuwse filmblikken
- Boekenleggers


"Geestelijke luiheid is de ergste hoofdzonde"
Bestuursvoorzitter Leenaars van hoofdsponsor SNS Reaal Groep

Op het rechterpaneel van het drieluik ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch poept een zondaar ter boetedoening munten boven een hels gat. Toch kan kunst het niet zonder geld stellen – en die vlieger gaat ook op voor het Jeroen Bosch jaar 2001. Gelukkig leeft bij SNS Reaal Groep van oudsher het besef dat lokale sociaal-culturele initiatieven steun verdienen. Een gedachtewisseling met Hans Leenaars, voorzitter van de Raad van Bestuur van SNS Reaal Groep, die zich als hoofdsponsor aan het Jeroen Bosch jaar 2001 heeft verbonden.

De affiniteit van SNS Reaal Groep met een initiatief als het Jeroen Bosch jaar 2001 komt niet uit de lucht vallen. Verschillende overwegingen vormden de grondslag voor het besluit om het project met maar liefst ƒ 500.000,- te ondersteunen. Leenaars: "De vele ondernemingen die opgegaan zijn in SNS Reaal Groep hebben overwegend gemeenschappelijk dat ze hun wortels op lokaal niveau hebben. Zo kenden de vroegere spaarbanken en verschillende verzekeraars een traditie in het beschermen van het sociaal-culturele erfgoed. Bij voorkeur gebeurde – en gebeurt – dat in de stad waar een bank of verzekeraar gevestigd is. Het zal helder zijn: ons hoofdkantoor staat in ‘s-Hertogenbosch. Bovendien hebben we een uitstekende relatie met het gemeentelijk bestuur dat het initiatief voor het Jeroen Bosch jaar heeft genomen. Uiteraard is het sponsoren van dit project niet helemaal altruïstisch; we zijn geen filantropische instelling. Je zoekt naar manieren om de naam van de groep en specifiek die van de twee hoofdmerken – SNS bank en Hooge Huys – plaatselijk sterk te afficheren."

Spiegels
Al kenden de late Middeleeuwen geen bankafschriften of verzekeringspolissen, toch ziet Leenaars de nodige overeenkomsten tussen de tijd van Bosch en 2001. Zonder aarzelen: "De tijd van Bosch kende een frivool probleem: de afwezigheid van schoon drinkwater. Dan maar bier, gold het motto. De parallel met nu is dat grote delen van de wereld goed en schoon water ontberen. Een belangrijk verschil is de duistere kant van de Middeleeuwen. Voor een griepje bestonden geen medicijnen; de levensverwachting was aanzienlijk lager dan nu. Bovendien gold indertijd voor veel mensen maar één zorg: wat eet ik vandaag. Die vraag is in ieder geval niet meer aan de orde in Europa en Amerika. Nog een verschil is de wetenschap. In de tijd van Bosch was kennis voorbehouden aan de elite en de kloosters. Dat is ingrijpend veranderd. Een belangrijke parallel tussen toen en nu vind ik de spiegels die je als individu krijgt voorgehouden. Bosch deed dat met zijn drieluiken, nu zijn het de soaps op tv die in hun thema’s nauwelijks verschillen van dat waar Bosch de mens mee confronteerde."

Creatief
Leenaars, die zijn liefde voor cultuur ook belijdt als vice-voorzitter van de Raad van Commissarissen van het Chassé Theater in Breda, kent zowel het werk van Bosch als de zeven hoofdzonden die de schilder op de korrel neemt. "De ergste hoofdzonde waaraan een sponsor zich schuldig kan maken? Geestelijke luiheid. Ik heb een hekel aan luie mensen. Als sponsor dien je onophoudelijk creatieve oplossingen te zoeken. Ook ijdelheid past niet bij de Groep. Zo sponsoren we geen elitaire aangelegenheden, maar projecten die voor alle lagen van de bevolking toegankelijk zijn. In die zin hebben we ons voor het Jeroen Bosch jaar nadrukkelijk verbonden aan ‘Circus Jeroen Bosch’ van Flairck en Corpus, de expositie ‘Floating Time’ en de Boschwandeling."

[Top]

Een echte Bosch?

Historici blijven bekvechten over de het aantal schilderijen dat van Bosch’ hand zou zijn. Van slechts 25 werken is de authenticiteit onomstreden. Wie roept dat hij een nog onontdekte Bosch bezit, trekt dan ook de aandacht. Zo meldde mevrouw Stoelinga uit Heerlen onlangs aan de organisatoren van het Jeroen Bosch jaar 2001 dat er mogelijk een Bosch op haar overloop hangt. Navraag leert dat het om een linnen doek van 90 bij 80 centimeter gaat waarop een landschap is geschilderd. Aan een watertje graast een kolossaal hert; bomen omkransen het tafereeltje. Mevrouw Stoelinga: "Het is een erfstuk van mijn schoonvader, ondertekend met de naam Bosch. Toen ik pas las dat dat een wereldberoemde schilder was, ging m’n hart even sneller kloppen. Er is me echter verteld dat er geen landschappen van Bosch op linnen bestaan. Of het een mooi doek is? De kleuren zijn wat flets. Het was zo vuil dat ik het regelmatig met ammoniak afneem. Diep teleurgesteld dat het geen echte Bosch is, ben ik niet. Mijn kleinkinderen zijn ook wel gelukkig zonder miljoenen guldens."

[Top]

Vestingstedendagen

Op zaterdag 1 en zondag 2 september staat de Bossche binnenstad in het teken van de Nationale Vestingstedendagen. Tal van activiteiten refereren aan het Jeroen Bosch jaar 2001.

In 1996 hebben 17 Nederlandse vestingsteden zich in een samenwerkingsverband verenigd. Elk jaar tekent één van de steden voor het gastheerschap. Dit jaar zet ‘s-Hertogenbosch de poorten van het geheugen flink open; de Vestingstedendagen verwijzen naar de historie van de stad en het behoud van het culturele erfgoed – met het accent op Jeroen Bosch en de restauratie van de Bossche vestingwerken.

Een vooruitblik op het programma van zondag 2 september tussen 12.00 en 19.00 uur: een historische markt, dieren op straat, vuurkorven, gildes, schutterijen, vendelzwaaien, middeleeuwse kostuums, demonstratie middeleeuwse dansen, de schutterij, historisch toneel van onder anderen Moyses Bosch, middeleeuwse poppenkast, kruisboogschieten, valkeniers, middeleeuwse muziek van onder anderen de Blauwe Schuyt en Stadspijpers, de beiaard en oud-Hollandse spelen.
De Vestingstedendagen – die in 2000 in Naarden circa 75.000 bezoekers trokken – openen op zaterdag 1 september om 21.00 uur met een ridderspel in de Bossche Broek. De organisatie van het Jeroen Bosch jaar zal beide dagen met een informatiekraam aanwezig zijn.

[Top]

Expositie De Wereld van Bosch

Was Bosch een ketter, naaktloper, zwartkijker, moralist of satiricus? Bijna 500 jaar na zijn dood roept zijn werk meer vragen op dan een pakhuis vol cryptogrammenboekjes. Buiten kijf staat evenwel dat kennis van de leefwereld van Bosch sterk kan verhelderen. In dat besef wijdt het Noordbrabants Museum van 15 september tot en met 2 december 2001 een expositie aan het culturele leven van de late Middeleeuwen in ’s-Hertogenbosch. Schilderijen, meubels, huisraad, insignes, boeken en filmbeelden vertellen een opmerkelijk verhaal over rijkdom, rafelrand en rampen.

Grote charme van de expositie is dat zij niet alleen de zonnige zijde van de wereld van Bosch maar ook de schaduwen toont. Zo illustreren de objecten zowel de economische bloei van de handelsstad ’s-Hertogenbosch als de armoede, de Gelderse oorlogen, de overstromingen, de epidemieën en de diepgewortelde angst voor de duivel.

Centraal staat het fameuze schilderij ‘De Lakenmarkt’. Andere in het oog springende panelen zijn ‘De Geldwisselaar’ naar Marinus van Reymerswaele [circa 1493–1567] en het recent gerestaureerde ‘De strijd tussen Vastenavond en Vasten’, een kopie naar een schilderij van Bosch. Opvallend is ook een koperen figuur van een blinde. Het beeld maakt deel uit van de doopvont die Aert van Tricht in 1492 voor de Sint-Jan maakte; het is zeker dat Jeroen Bosch deze intrigerende figuur heeft gezien. Bij de meubels trekt een beschilderd tafelblad uit de Abdij van Berne de aandacht, evenals een zogeheten houten ‘dwalenrek’ waarvan de onderkant versierd is met duivelse kopjes. Pronkstuk in de categorie ‘huisraad’ is een grote aardewerken kan met symbolen van Catharina, Barbara en Agatha, beschermheiligen van drie Bossche rederijkersgilden. Verder omvat de expositie profane en religieuze insignes, boeken met houtsnedes van demonische en helse taferelen en objecten die verwijzen naar de armenzorg in de late Middeleeuwen, waaronder het Geefhuisreliëf uit 1525 dat vermoedelijk is vervaardigd door een neef van Jeroen Bosch.

Polygoon en Floris
In een aparte zaal toont het Noordbrabants Museum de aandacht die Bosch in de 19e en 20ste eeuw kreeg. De groeiende belangstelling voor de meesterschilder blijkt onder meer uit een ‘zelfportret’ van Bosch. Het is een vervalsing uit het einde van de negentiende eeuw, zeer waarschijnlijk van de hand van de Bossche schilderijenrestaurator en kunsthandelaar Martin Wegenaar. Niet minder opmerkelijk is een filmpje uit het Polygoonarchief over de onthulling van het standbeeld van Bosch op de Markt in 1930 en een aflevering van de historische jeugdserie ‘Floris’ uit 1969 waarin Jeroen Bosch een prominente rol speelt. Tot slot is er aandacht voor de drukbezochte expositie – een kwart miljoen bezoekers – die het Noordbrabants Museum in 1967 aan Jeroen Bosch wijdde.

Beeldtaal
Projectmedewerkster Barbara Kruijsen wil vooral de ogen openen voor de fascinerende beeldtaal van de late Middeleeuwen. Zo twijfelt ze er niet aan dat de bezoeker parallellen zal ontdekken tussen de geëxposeerde objecten en thema’s in het werk van Bosch en zijn navolgers. "Van de messen met beeldmerk die Bosch heeft geschilderd tot aan de bedelaars waar ’s-Hertogenbosch rijk aan was; Jeroen Bosch heeft onmiskenbaar inspiratie ontleend aan zijn eigen leefwereld." Of er veel verschillen zijn tussen het leven in 1501 en 2001? Kruijsen ziet desgevraagd vooral overeenkomsten. "Neem kinderspelen. Al in de tijd van Bosch speelde men met jojo’s en knikkers. Of de armenzorg: in zijn tijd ontbrak het sociale vangnet dat we nu kennen, maar zorg voor armen en ‘sinnelosen’ was er volop. Dat fascineert me. Maar er zijn ook zo veel verschillen: het diep beleefde geloof en de angst voor de hel en de duivel kennen wij niet meer. Ook dat willen we in de tentoonstelling laten zien."

Aan de expositie ‘De Wereld van Bosch’ is een gelijknamig boek gewijd vol verrassende gegevens en nieuwe kunsthistorische inzichten in wereld en werk van de schilder. Het boek is verkrijgbaar in meerdere talen. Uitgeverij Adr.Heinen, Stadsarchief en Stichting ABC ƒ 27,50

[Top]

De kelder van Bosch

‘Mind your head!’, staat op het bordje boven de kelder van het pand Markt 61. Wie zich in de geestverruimende wereld van Bosch verdiept, snapt dat die waarschuwing niet alleen voor lange mensen bestemd is. Tot en met 31 december kunnen belangstellenden onder begeleiding van een gids de kelders van Bosch’ woonhuis bezoeken.

Vermoedelijk in 1481 betrok Jeroen Bosch het pand ‘In den Salvatoer’ – links van de huidige schoenenwinkel Invito aan de Markt – waar hij tot zijn dood leefde en werkte. Zijn vrouw Aleid vanden Meervenne erfde het pand van haar gefortuneerde vader. Uit bouwhistorisch onderzoek blijkt dat de zijmuren, enkele balken van de vloer op de eerste verdieping en de kelders van het huidige pand middeleeuws zijn. Waarschijnlijk fungeerden de twee kelders, vanwaaruit een stenen trap naar het woonhuis voert, als atelier van Bosch.

In het kader van het Jeroen Bosch jaar 2001 is dit ‘onderpand’ van Bosch, tijdelijk opgeknapt. Wie aanbelt, hoort een welkomsttekst van Jeroen Bosch zelf, waar oud-monseigneur Jan Bluyssen zijn stem aan leende. Eenmaal over de drempel vinden de bezoekers informatie over de architectuur van dit pand dat later ‘Het Root Cruijs’ werd genoemd. Opvallend is de zogeheten schijngevel die Bosch’ woonhuis bezat: het aanzicht wekte de suggestie dat het pand een extra verdieping telde. Tot 31 december toont een levensgrote afbeelding op zeildoek van het oorspronkelijke pand – naar een reconstructie van Harry Boekweit – hoe de voorgevel in de Middeleeuwen eruit moet hebben gezien.

De kelder zelf kent ronde gewelven, een kaarsnis en een stookplaats – wellicht voor de bereiding van verf. Verder herbergt ze foto’s van originele werken van de meester die het Jeroen Bosch Atelier beschikbaar heeft gesteld en een vitrine met aardewerk uit de late Middeleeuwen. Een diacarrousel toont circa 20 details uit zes werken van Bosch. Een kijkje in de kelders is mogelijk op de Open Monumentendag op zaterdag 8 september. Verder maakt een bezoek deel uit van de cultuurhistorische wandeling die de Kring Vrienden van ‘s-Hertogenbosch aan de schilder heeft gewijd. Informatie: 073-613.50.98 of bij de VVV-Uitwinkel 0900-11 22 33 4.

[Top]

Herfstlezingen over Bosch

Wie al zijn schilderijen wil bezichtigen, moet reislustig van aard zijn. Een blik in de Bos/Bosch-atlas: zijn oeuvre hangt in Madrid, Escorial, Wenen, Venetië, Lissabon, Berlijn, Parijs, Washington, Brussel, Londen, Frankfurt, Gent en Rotterdam. De Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening [SBRG] bespaart u evenwel een zoektocht naar uw paspoort. Samen met het Noordbrabants Museum biedt zij in oktober en november een lezingenreeks over de wereld van Bosch. Vijf kenners van zijn werk gidsen u voorbij de horizon.

zondag 7 oktober 14.00-16.00
De wereld van Bosch; een reis door de tijd 1450-1525

In zijn lezing zal Charles de Mooij, hoofdconservator van het Noordbrabants Museum, uiteenzetten hoe Bosch op de drempel van de Nieuwe Tijd [circa 1500-1800] danste. De talrijke handelscontacten van Bossche kooplieden, maar ook de internationale ontdekkingsreizen, de uitvinding van de boekdrukkunst en de hervorming vergrootten de kennis van de wereld aanzienlijk.

zondag 14 oktober 14.00-16.00
Jeroen die maelre; Jeroen Bosch en het culturele klimaat in ’s-Hertogenbosch rond 1500

Rond 1500 stond ‘s-Hertogenbosch te boek als belangrijk kerkelijk centrum waar de religieuze kunst in zijn expansie en bloei kon wedijveren met klimop. Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universitreit van Nijmegen zal uitweiden over Jeroen Bosch en het culturele klimaat waarin hij leefde.

zondag 28 oktober 14.00-16.00
De verloren zoon; de waardering van Jeroen Bosch in zijn vaderstad

In de vijftiende eeuw hingen schilderijen van Bosch in de Sint Jan. Bovendien dook zijn werk op in kunstcollecties van aanzienlijke personen. Toch is weinig bekend over de waardering van Bosch in zijn vaderstad. Na het beleg en de inname van ‘s-Hertogenbosch in 1629 en het gedwongen vertrek van vele katholieke geestelijken bleek de herinnering aan de schilder vluchtiger dan terpentijn. Historicus Jan van Oudheusden doet uit de doeken hoe de appreciatie van Bosch sterk aan wisselingen onderhevig is geweest,

4 november 14.00-16.00
Over de interpretaties van de Tuin der Lusten

Op 30 juli 1517 werd de ‘Tuin der Lusten’ aangetroffen in het paleis van Hendrik III van Nassau te Brussel. Later maakte het deel uit van de collecties van Willem de Zwijger en Philips II. Zo belandde het schilderij uiteindelijk in het Prado te Madrid. Aan de betekenis van dit drieluik zijn in de loop van de tijd talloze publicaties gewijd. Ton Frenken, curator van de Boschtentoonstelling in 1967 in het Noordbrabants Museum, zal de verschillende interpretaties toelichten.

18 november 14.00-16.00
Bosch doorgelicht; nieuwe inzichten op basis van recent onderzoek

Spraakmakende tentoonstellingen, zoals de expositie die het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen in het najaar van 2001 aan Bosch wijdt, zijn buitenkansjes om de toeschrijving van werken aan een kunstenaar te betwisten en zo nodig te herzien. Geavanceerde onderzoekstechnieken, waaronder dendrochronologie, maken het immers mogelijk om onder meer het hout en de verf nauwkeuriger te dateren. Bernard Vermet, coördinator van de Bosch-expositie in Rotterdam, beschrijft hoe deze technische analyses plaatsvinden en welk nieuw licht dit op het werk van Bosch werpt.

Belangstellenden dienen zich vóór donderdag 20 september aan te melden bij Stichting BRG: 073–61.46.193 of per e-mail: brg.brabant@wxs.nl De toegangsprijs voor deze lezingencyclus is ƒ 75,- inclusief koffie in de pauze.

[Top]

Foei, Teufel

Beeldend kunstenaar Pieter Kusters is voor de duivel niet bang. Dat bewijzen zijn diabolische schilderijen en keramische beelden op de expositie ‘Foei, Teufel’ in het Noordbrabants Museum. Van 15 september tot en met 2 december onthult de Amsterdamse kunstenaar zijn fascinatie voor de helse visoenen van Jeroen Bosch.

De interesse van Pieter Kusters [1958] voor zonde en zielestraf komt niet uit de lucht vallen. Tijdens zijn jeugd in de bedevaartsplaats Boxmeer sjokte hij herhaaldelijk mee in processies. In de kerken van Kalkar en Kevelaar kreeg hij oog voor altaarstukken, heiligenbeelden en gebrandschilderd glas. Kusters koos later voor schilderkunst omdat hij de tweedimensionale illusie groter acht dan de driedimensionale. Toch omvat ‘Foei, Teufel’ niet alleen geschilderde zelfportretten – waarop veelal de ogen ontbreken – maar ook objecten van geglazuurde klei. In deze keramische werken klinkt de liefde van Kusters voor de wereld van Bosch sterk door. Zijn fascinatie ontstond na het zien van ‘Het Laatste Oordeel’ in Wenen. In dit drieluik drijft Bosch naakte figuren in de armen van satanische gedrochten. Kusters blaast de zondige stervelingen eeuwig leven in – wat onder meer resulteert in een hoofd in een mand op voeten - en redt ze zo overdrachtelijk uit de hel.

Al eerder vervaardigde Kusters keramische voorwerpen op kleine schaal: billen die uit een muur steken, lepelrekken beschilderd met motieven die hij aan Bosch ontleende en – exclusief voor het Jeroen Bosch jaar 2001 – het ‘duivelsknaapje’, een kapstokje in de vorm van een bloedrode appel waar twee beentjes uitsteken (te koop bij de VVV-Uitwinkel).

[Top]

"Een langdurige oogst"

‘De Hooiwagen’ van Bosch doet vermoeden dat alleen #augustus# oogstmaand is. De organisatoren van het Jeroen Bosch jaar zien dat ruimer. "De uitstekende samenwerking tussen alle betrokken partijen sterkt ons in de overtuiging dat we ook na 2001 kunnen blijven oogsten. Het fundament voor duurzame samenwerking is gelegd."

Ankie Til, coördinator van het Jeroen Bosch jaar 2001, is vooral opgetogen over de naamsbekendheid die Bosch in korte tijd in zijn stad heeft veroverd. "Dat was ook één van de doelstellingen. Alleen al het feit dat de meerderheid van de Bosschenaren haar voorkeur heeft uitgesproken voor de naam ‘Jeroen Bosch Ziekenhuis’ als opvolger van ‘Bosch Medicentrum’ illustreert dat de schilder weer is gaan leven in zijn stad. En dat mede dankzij de inspanningen van onze mediapartner Brabants Dagblad en de andere Bossche en regionale media zoals Omroep Brabant." Haar collega Ruth Giebels, belast met publiciteit en marketing, stelt dat ook de landelijke media ruim aandacht wijden aan de wederopstanding van Bosch. "NPS radio, Radio 1, de Volkskrant, Groene Amsterdammer, RTL-5, Telegraaf, Radio Rijnmond, Duitse en Vlaamse zenders om maar wat te noemen: Bosch blijkt zo aansprekend dat je de stad in één klap sterker op de culturele en toeristische kaart kunt zetten."

Lakmoesproef
In stilte beschouwen Til en Giebels het Jeroen Bosch jaar 2001 als een lakmoesproef voor toekomstige projecten waarbij lokale organisaties zich opnieuw achter één thema scharen. Ankie Til: "Bij politici zie ik dat ze hun aanvankelijke scepsis hebben laten varen. Ook zij hebben in de gaten dat er een enorm netwerk van nieuwe contacten is ontstaan tussen gemeentelijke diensten, toeristische en cultuurhistorische organisaties en lokale kunstinstellingen. Die cohesie vind ik gigantische winst. Bovendien biedt het perspectief, temeer omdat instellingen met extra projectgelden hun eigen aanbod kunnen overstijgen. Mogelijke thema’s voor de toekomst? Bij jeugd en jongeren staat Den Bosch staat vooral te boek als ‘de stad van mijn moeder’. Daar zou je gezamenlijk iets aan kunnen doen." Met bijval van Ruth Giebels: "Eén van de historische helden van de stad is Dieske. Lijkt me een uitstekend bron van inspiratie voor jeugd en jongeren: welke heldendaden zou je in de 21ste eeuw in deze stad op je naam willen schrijven? Vooropstaat dat je een schakel tussen de historie en het hier-en-nu blijft leggen. Of dat werkt? De cijfers zeggen genoeg. ‘Floating Time’ trekt binnenkort zijn 25.000ste bezoeker. En het Jeroen Bosch jaar heeft nog heel wat aansprekende activiteiten op stapel staan."

[Top]

Leuker dan spijbelen

Scholen voor basis- en voortgezet onderwijs in ‘s-Hertogenbosch hebben boven verwachting ingetekend op de educatieve Bosch-projecten die in september van start gaan. Coördinator Jane van de Lest van bureau Teckel Culturele Zaken: "Het enthousiasme is opvallend groot. Niet alleen het werk en gedachtengoed van Bosch blijken aan te spreken; ook de verschillende vakgroepen binnen het voortgezet onderwijs kunnen uit de voeten met het thema – van Geschiedenis en Nederlands tot Culturele Kunstzinnige Vorming [CKV] en Tekenen."

In augustus begint op vrijwel alle scholen voor het voortgezet onderwijs de portretten- en gedichtenwedstrijd in het teken van Bosch; op 24 september en 8 oktober reizen zo’n 1100 leerlingen naar Rotterdam voor een bezoek aan de grote Bosch-expositie in Museum Boijmans Van Beuningen; enkele honderden brugklassers stappen dit najaar binnen in ‘De Wereld van Bosch’ in het Noordbrabants Museum. Op 15 november draagt het Jeroen Bosch College – een naam kan verplichten – het gastheerschap voor het Open Podium. Deze finale staat open voor alle Bossche scholieren die muziek, dans, video, foto’s, tekeningen of theater aan Jeroen Bosch hebben gewijd.

Ook de basisscholen gaan in september aan de slag met Bosch. Zo’n 1000 scholieren bezoeken de film ‘Mariken’; 1000 anderen maken de speurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ en circa 350 kinderen betreden de ‘Wereld van Bosch’. Verder concerteert muziekensemble De Blauwe Schuyt op vele basisscholen.

[Top]

Bosch ten voeten uit

"We’re gonna walk en don’t look back", zong Bob Marley. De audiovisuele ‘Boschwandeling’ en de jeugdspeurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ bewijzen echter dat lopen en omzien in de tijd uitstekend samengaan. Gesprek met de Nijmeegse theatermaker Marian van Steen, die de twee wandelingen samenstelde.

"Tijdens de trechtertocht gaan kinderen op zoek naar de hel en de hemel in hun eigen stad, waarbij ze 15 opdrachten moeten uitvoeren. Dat concept blijkt een schot in de roos, want de tocht wakkert niet alleen hun kennis van de stad, Jeroen Bosch en de Middeleeuwen maar vooral hun fantasie aan. Enkele opdrachten: ‘Schrijf een paar dichtregels over Jeroen Bosch die op een binnenstadsmuur geschilderd kunnen worden’, ‘Bedenk zowel een gek hoofddeksel als een nieuwe kleur voor de mantel van het standbeeld van Bosch op de Markt’ of ‘Verzin een nieuwe titel voor ‘De Tuin der Lusten’, waarvan een replica van tienduizend puzzelstukjes bij de bibliotheek hangt’. Bij die laatste opdracht schreef een jongetje uit Kosovo: ‘Dit is het schilderij van het missende stukje’. Die reactie raakte me diep."

Tijdens Theaterfestival Boulevard liep ze de kinderspeurtocht vele malen, soms met ouders in het kielzog. "Eén keer zag ik de bui hangen. Een beschonken Hagenees die met zijn kinderen meewilde. In de loop van de wandeling liet hij al zijn joligheid varen. Hij was diep onder de indruk." Opvallend blijken de vele connotaties die de hel voor kinderen heeft. Marian van Steen: "Bij hel denken ze aan alles dat duister of pijnlijk is. De gedenksteen bij het Joods Lyceum aan de Papenhulst maakt het diepst indruk op ze. Hiervandaan stelden de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog leerlingen op transport. Gelukkig zien kinderen de hel nooit zonder zijn tegenhanger: de hemel. Dat is uiteindelijk toch waar elk kind naar zoekt."

Audioguide
Eveneens in juli beleefde de ‘Boschwandeling’ zijn première. Tijdens deze pelgrimage beschrijven de stemmen van Jeroen Bosch en een schooier het leven op een dag in het ‘s-Hertogenbosch van 1511. Leidraad in het verhaal – waarvan zowel een Nederlands- als Engelstalige versie bestaat – vormen de zeven hoofdzonden. Marian van Steen: "De reacties zijn erg positief. Wel kost het sommige deelnemers moeite om het verhaal in het ‘s-Hertogenbosch van 2001 te situeren. Maar wie enige verbeeldingskracht heeft, beleeft een audiotocht die in zijn soort volslagen uniek is. Bovendien krijgen de deelnemers een boekje met achtergrondinformatie over alle thema’s die Jeroen Bosch en de schooier aansnijden – van rechtspraak en gezondheidszorg tot vastenavond en bordeelbezoek."

Jaarlijkse Boschdag
Bij het succes van de wandelingen maakt Marian van Steen één kanttekening: "De makke blijft dat de stad niets van Bosch zelf bezit, op een standbeeld met duivenpoep na. Het lijkt me vrijwel uitgesloten dat de stad ooit nog een werk van Bosch in handen krijgt. Mijn voorstel: een jaarlijkse Boschdag voor kinderen en volwassenen, bijvoorbeeld op zijn sterfdag 9 augustus. Samen kijken, kletsen en eten, het liefst op een boot die uitvaart. Een blauwe schuit? Bij voorkeur."

Beide wandelingen zijn – ook na 31 december 2001 – te verkrijgen bij de VVV-Uitwinkel, het Noordbrabants Museum en het bezoekerscentrum van De Groote Stroom [Nachtegaalslaantje 1]. Kosten ‘Trechtertocht’: ƒ 6,–. Kosten ‘Jeroen Boschwandeling’: ƒ 15,– plus vertoon van paspoort of rijbewijs.

[Top]

Middeleeuwse filmblikken

In Filmtheater Jeroen en Cinema Parade vindt van do 20 t/m wo 26 september een festival plaats waarin Middeleeuwse zonde, zotheid en ziekte domineren. De exacte data van de films zijn nog niet bekend. Een voorproefje.

• ‘Seven’ van David Fincher. Engels politiedrama (met Brad Pitt en Morgan Freeman) over een seriemoordenaar, die de zeven hoofdzonden als moordmotief gebruikt.
• ‘The Baby of Mâcon’ [o.v.b.] van Peter Greenaway. Zwartgallige en barokke film over heiligschennend bedrog dat de kerk gruwelijk bestraft.
• ‘De boom der wensen’ van Tengiz Aboeladze. Een film vol symboliek, allegorie, poëzie en mystiek die stoelt op 22 vertellingen van de Georgische dichter Giorgi Leonidze. Leidraad vormen de bizarre gebeurtenissen die zich vóór de Revolutie in een Georgisch dorpje afspelen.
• ‘De maagdenbron’ [o.v.b.] van Ingmar Bergman. Sobere filmvertelling die stoelt op een 13e-eeuwse ballade over een boerendochter die op weg naar de kerk door twee landlopers wordt verkracht en vermoord. Bekroond met Oscar voor de beste buitenlandse film.
• ‘Decamerone’ van Pier Paolo Pasolini. Verfilming van de middeleeuwse volksvertellingen die Boccaccio verzamelde en tot verhalen bewerkte. Een groep jongelui ontvlucht de pest die in Florence heerst. In de beschutting van een landhuis vertellen ze elkaar kluchtige verhalen.
• ‘Mariken’ van André van Duren. Een middeleeuwse roadmovie over de vondeling Mariken die wijze levenslessen krijgt van de zonderling Archibald. Bekroond met de Publieksprijs van het Cinekidfestival 2000. Middagfilm ‘Mariken’ op do 20, vr 21, zo 23 en di 25 sept. in Theater aan de Parade.

Toegang: ƒ 11,–. Leden, CJP en Pas 65: ƒ 9,- Aanvang: 20.45 uur, Voor meer informatie: 073-6.125.125

[Top]

Boekenleggers

Op woensdag 19 september 14.30 uur maken boekhandel Adr. Heinen en de Stadsbibliotheek de winnaars bekend van hun tweejaarlijkse boekenleggerwedstrijd die in 2001 in het teken van Jeroen Bosch staat. Schrijver en ceremoniemeester Paul van Loon zal tijdens de feestelijke bijeenkomst in de Nederlandse Hervormde Kerk onder meer voorlezen uit zijn nieuwe jeugdboek ‘De Andere Werkelijkheid van Jeroen Bosch’.

Sinds enkele jaren nodigen boekhandel Adr. Heinen en de Stadsbibliotheek de leerlingen van alle 55 basisscholen in de regio ‘s-Hertogenbosch uit om een ontwerp voor een thematische boekenlegger te leveren. Uit de duizenden inzendingen voor 2001 selecteerde een deskundige jury negen ontwerpen. De ultieme keuze maakte kinderboekenschrijver Paul van Loon.

Ton Meulman van boekhandel Adr. Heinen: "We hanteren drie leeftijdscategorieën: 4+, 7+ en 9+. Elke categorie levert één winnaar op. Een voorproefje? Eén kind tekende een groot hoofd, een ander vliegende mensjes plus een ‘Paul-van-Loon-figuurtje’, de derde maakte een variant op de schaatsende vogel van Bosch."

De drie uitverkoren boekenleggers zullen in een totale oplage van 50.000 exemplaren gedrukt worden. Reserveren voor de gratis boekenleggermiddag op 19 september kan via de Stadsbibliotheek: 073-6 12 30 33.

[Top]


Nummer 2 - februari 2001
Onregelmatig verschijnende nieuwskrant

In dit nummer:

· Wat is het Jeroen Bosch jaar 2001?
· Jeroen-wie-zegt-u?
  De [on]bekendheid van Bosch
· De verloren Zoon
  Een cryptogram van 70 cm doorsnede
· Floating Time III
  Keramiek weerspiegeld in de Binnendieze
· Het Beleg van Den Bosch
  Theater AdHoc omsingelt schilder
· Bosch en de bomen
  Van Joen en Jheronimus tot Bosch en Van Aken
· Panorama op de Wereld
  Het landschap van Bosch tot Rubens
· Bericht uit de Blauwe Schuit
  Bosch en Carnaval
· In de volgende nieuwskrant
· Informatie


Wat is het Jeroen Bosch jaar 2001?


  • Stichting Bosse Nova, het vliegwiel achter Theaterfestival Boulevard, organiseert in opdracht van de gemeente 's-Hertogenbosch het Jeroen Bosch jaar 2001.
  • Het Jeroen Bosch jaar 2001 vormt het fundament voor structurele aandacht voor de laatmiddeleeuwse schilder, die in 's-Hertogenbosch ter wereld kwam, leefde, werkte en stierf.

  • Het Jeroen Bosch jaar 2001 telt zo'n 30 culturele, cultuurhistorische en toeristische activiteiten in met name de periode april tot en met december 2001. Een vooruitblik:
  • - theater- en dansproducties
    - beeldende kunstprojecten;
    - tentoonstellingen;
    - muziek
    - filmfestival i.s.m. Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa;
    - Bosch-activiteiten tijdens festivals in de stad;
    - stadswandelingen;
    - bronnenonderzoek;
    - symposium;
    - educatieve projecten voor onderwijs;
    - workshops;
    - publicaties.

  • Voor informatie en reacties: www.jeroenboschjaar.nl
  • [Top]

    Jeroen-wie-zegt-u?

    Man van in de dertig. Met lichte vertwijfeling in zijn ogen: "Bosch. Je bedoelt van die boormachines?" Meisje van circa 17, achter de kassa van een supermarkt. "Sjezus; Jeroen Bosch. Uuhm. Nou, ik denk die ene van RTL-4. Die presentator. Toch?" Een bescheiden steekproef leert dat de naam Jeroen Bosch niet bij elke Bosschenaar een spaarlamp doet branden. Tijd voor wat licht in de duisternis.

    In 1450, volgens de boeken het geboortejaar van Jeroen Bosch, is 's-Hertogenbosch een belangrijke Bourgondische handelsstad met zo'n 20.000 inwoners. Neus dicht en ogen open: vanaf de hoger gelegen Markt maken we een korte stadswandeling. In de verte de Sint Jan-in-aanbouw; een wirwar van drekkige straatjes met houten huizen - op een enkel stenen pand na; veel kloosterlingen en pelgrims, waar 's-Hertogenbosch de bijnaam 'Cleyn Rome' aan dankt; even verderop de Dieze die drink-, was- en bluswater levert en de tientallen bierbrouwers en lakenververs van pas komt; stadmuren die de rondspokende bendes van Gelre buiten moeten houden; het galgenveld in het open land en overal op de loer de duivel en de dood - de helft van de kinderen sterft voor het vierde levensjaar. Dit is de stad van Jeroen Bosch, schilder van hoofdzakelijk religieuze onderwerpen, die in zijn werk de deurtjes openzet van een rariteitenkabinet vol zotte, mysterieuze en angstaanjagende wezens. Een schilder van naam, maar zoals bij veel kunstenaars - van Rembrandt tot Van Gogh - komt het ware applaus pas na het overlijden.

    Wonderlijk

    Aart Vos, historicus van het Stadsarchief in 's-Hertogenbosch, blijft lakoniek onder de late erkenning van Bosch. Klaarblijkelijk was de schilder niet zo belangrijk in de ogen van de machthebbers in de stad, vermoedt hij. "In alle zestiende-eeuwse kronieken over grote gebeurtenissen in 's-Hertogenbosch komt zijn naam niet voor. En het stadsbestuur heeft ook nooit een schilderij van hem gekocht. Wel heeft Jeroen Bosch op verzoek van de Broederschap van Onze Lieve Vrouwe, waarvan hij lid was, onder meer een glasraam voor de Sint Jan en gewaden voor de eredienst ontworpen. Ook beschikte hij over een eigen atelier aan de Markt, links van het huidige Hotel Central. Daar hij werkte in opdracht van onder anderen Philips de Schone, Margaretha van Oostenrijk, rijke families zoals de Nassaus en vorstenhuizen uit Spanje. Klinkende namen; zo onbelangrijk was hij dus ook weer niet. Dat lezen we ook af uit het feit dat Bosch veel navolgers kende. Toch blijft het een mysterie dat hij in 's-Hertogenbosch maar zo weinig sporen heeft nagelaten. Zo komen we op oude boedellijsten maar één Bossche familie tegen die indertijd een werk van Bosch aan de muur had hangen. Of hij de profeet is die in eigen land en stad nauwelijks werd geëerd? Daar lijkt het op, al ontbreekt een verklaring voor die matige aandacht. Mogelijk vond de lokale elite zijn werk wat 'wonderlijk': Bosch schilderde religieuze voorstellingen - van de geboorte van Christus tot arme kluizenaars - maar ook hellengedrochten, monsterlijke waterspuwers, een fluit tussen billen, een ei met pootjes. Het zou ook kunnen dat ze zijn werk niet representatief of internationaal genoeg vonden. Maar het blijft gissen."

    Helden

    Pas in de negentiende eeuw sijpelde in de Brabantse hoofdstad het besef door dat Bosch' méér was dan een 'insignis pictor' - oftewel: een 'merkwaardig schilder' - zoals hij in een oude ledenlijst van de Broederschap fijntjes wordt omschreven. Vos: "Historici waren in de negentiende eeuw gespitst op sprookjes en heldendaden. Het was de tijd van de romantiek en de vaderlandslievendheid. Zo herinnerden ze in Noord-Nederland graag aan de Gouden Eeuw; namen als Michiel de Ruyter en Piet Hein klonken weer als een klok. In Zuid-Nederland grepen ze vooral terug op de zogeheten Brabantse Gouden eeuw, oftewel de late Middeleeuwen. In die periode kon Jeroen Bosch uitgroeien tot een 'volksheld'. Dat hing ook samen met de negentiende-eeuwse restauratiegolf; schilderkunst en architectuur werden flink opgepoetst. Dat kwam de katholieken in het zuiden, waar veel middeleeuwse kunst behouden was gebleven, uitstekend van pas. In hun ogen waren de middeleeuwers de ware, reine gelovigen, waaraan de negentiende-eeuwers zich vooral moesten spiegelen."

    Eed

    De aandacht voor helden & halleluja, die aanhield tot in de twintigste eeuw, leefde ook bij de Bossche bestuurders. Op 17 juni 1930 onthulde burgemeester Van Lanschot het bronzen standbeeld van Jeroen Bosch op de Markt. In zijn feestrede vertelde Van Lanschot hoe al in 1926 het plan was ontstaan om Jeroen Bosch blijvend te eren. In dat jaar had Van Lanschot, invité bij de onthulling van een beeld in Oisterwijk en een gedenksteen in Breughel, in stilte beseft dat 's-Hertogenbosch in het krijt stond bij Jeroen Bosch. Van Lanschot: "Ik schaamde me over mezelf en mijn stadgenoten [...] en zwoer een eed: binnen drie jaar zou een beeld aan hem gewijd zijn." Die belofte verbrak hij niet, al kostte het nog een jaar uitstel en extra bedelpartijen om de gelden voor het prijzige kunstwerk in te zamelen.

    Werk aan winkel

    Lange tijd bleef het stil. Wel vond in 1967 een drukbezochte expositie van werken van Bosch in het Noordbrabants Museum plaats. Maar verder? Terwijl kunsthistorici wereldwijd het werk van Bosch de hemel inprezen, beperkte de lokale aandacht zich hoofdzakelijk tot naamgeving. In Noord opende eind jaren zeventig het Jeroen Bosch College zijn deuren; het parkje achter de voormalige Sint Josephkerk kreeg de naam Jeroen Bosch Tuin; op bierviltjesworp afstand van het standbeeld van Bosch vestigde zich café Jeroen.

    Gaat Bosch in 2001 eindelijk zijn fundament in 's-Hertogenbosch vinden? Ja, als het aan de gemeente ligt wel - al zal het soms vechten tegen de bierkaai zijn. Vos-met-een-zucht: "Het historisch besef is bedroevend. De meeste mensen vinden dat de geschiedenis pas begonnen is toen zíj in de wieg lagen. Luther, Napoleon, Karel de Grote: het gaat vrolijk op één hoop. En dat geldt niet alleen voor jongeren. Zo hoorde ik pas het verhaal over de onderdirecteur van een grote bank in 's-Hertogenbosch. De man wist niet dat Jeroen Bosch hier geboren en getogen was. Nog werk aan de winkel? Dacht het wel."

    [Top]

    De ontcijfering van een schilderij
    Een cryptogram van 70 cm doorsnede

    Kunsthistorici vliegen elkaar al tientallen jaren beleefd in de haren over de betekenis van Bosch schilderijen. Een van zijn meest intrigerende werken is 'De verloren Zoon', dat in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen hangt. Een cryptogram aan een spijkertje? In zeker zin, want het blijft gissen welke stichtelijke les Bosch voor ogen had bij het schilderen van dit werk.

    Volgens sommigen is de geschilderde figuur een landloper. Anderen zien er een melancholicus, marskramer of schoenenlapper in. Een derde categorie stelt dat het een astrologisch tafereel is, waarbij de man een Saturnuskind voorstelt - al in de Middeleeuwen was men overtuigd van de invloed van planeten op het karakter en het levenslot van een pasgeborene; een saturnaal kind zou volgens de sterrenwichelaars lui en dom zijn.
    Tot ergernis van vooral bijbelvaste kunsthistorici groeide in de vorige eeuw bij enkele onderzoekers de overtuiging dat de afgebeelde man op het nippertje aan onkuisheid ontsnapt - het huis op de achtergrond zou een bordeel zijn - maar alsnog bezwijkt voor de drank. Aanhangers van die theorie wijzen onder meer op de fladderende duiven rond het huis [symbool voor een bordeel met veel klandizie]; de haan [symbool voor wellust]; de sloeberende varkens [symbool voor onreinheid] en de kruik die omgekeerd op het dak staat [symbool voor buitensporig drankgebruik].

    Lager wal

    Veel iconografen - die zich bezighouden - met het ontcijferen van betekenissen en beeldtaal op schilderijen - zien in de zwervende man evenwel 'De verloren Zoon'. Volgens het gelijknamige bijbelse verhaal keert een jongen het ouderlijk huis de rug toe, waarna hij aan lager wal raakt. Als hij na verloop van tijd bankroet is, moet hij in arren moede varkens gaan hoeden. Dan komt de 'verloren zoon' tot inzicht en besluit hij terug te keren naar zijn vader, die van blijdschap een feest organiseert.
    Marskramer? Hoerenloper of alcoholicus? Verloren zoon? Of - zoals sommigen beweren - een zelfportret van Bosch? Een geruststelling voor wie van mysteries houdt: de kans is miniem dat de
    oorspronkelijk betekenis van het schilderij ooit met notariële zekerheid vast komt te staan.

    Meer informatie over het werk van Jeroen Bosch vindt u op www.boschuniverse.com

    [Top]

    Floating Time III

    Op de schoorsteenmantel? Volgens Stedelijk Museum Het Kruithuis kan keramiek overal bekoren. Tijdens 'Floating Time III' exposeren tien kunstenaars hun werk in het water van de Groote Stroom - het oostelijk deel van de Binnendieze - maar ook op de kademuren en taluds van het stadsriviertje. Belangstellenden kunnen zich, vanaf half mei tot oktober 2001, met bootjes langs de kunstwerken laten varen, waarbij ze uitleg krijgen over zowel het historische decor als de keramische werken.

    'Floating Time III', dat van eind april tot eind oktober loopt, is een initiatief van Stedelijk Museum Het Kruithuis in samenwerking met het Europees Keramisch Werkcentrum, de Akademie voor Kunst en Vormgeving, Cor Unum en de Groote Stroom. Voor het project zijn tien kunstenaars uit binnen- en buitenland benaderd die in hun beeldtaal verwantschap met Jeroen Bosch tonen. Inspiratie voor 'Floating Time III' ontlenen de deelnemers aan 'Garden of Delight' oftewel 'Tuin der Lusten' van Jeroen Bosch. De betrokken kunstenaars in vogelvlucht:

    • Gijs Assmann, die een surrealistische waterspuwer tot leven laat komen;
    • Tom Claassen, wiens verstilde 'hond' al jaren het voorplein van het Noordbrabants Museum bewaakt;
    • Guido Geelen, die broedt op een versierd bronzen ei;
    • de Braziliaan Marco Paulo Rolla die een surrealistisch werk in petto heeft;
    • de van oorsprong Britse beeldhouwer Thom Puckey, die een fascinatie voor de Middeleeuwen en de draperiën uit die tijd heeft;
    • de van oorsprong Oostenrijkse kunstenaar Thomas Stimm, die in zijn keramische bijdrage - cactusachtige objecten in combinatie met botten en beenderen - de gedachtewereld van Bosch met Kosovo versmelt;
    • beeldhouwer en schilder Pieter Kusters, die furore heeft gemaakt met zijn 'Boschiaanse' oeuvre
    • de van oorsprong Tsjechische kunstenaar Milan Kunc en beeldhouwster Bea Stienstra

    [Top]

    Het Beleg van Den Bosch

    De Amsterdamse theatermaker Jan van den Berg en zijn Nijmeegse collega Rien Stegman - verenigd in Theater AdHoc - maken voorstellingen die nog nog het meest op bizarre talkshows vol encyclopedische feitjes en anekdotes lijken. Het liefst omsingelen de heren de waarheid, waarbij ze zich bewapenen met stapels krantenknipsels, videobeelden en requisieten. Collages of colleges? Beide, al doet de term 'investigative theatre' nog het meest recht aan hun stijl. In april leggen ze Jeroen Bosch op hun snijtafel.

    Maar liefst negen avonden lang onderzoeken de heren dit seizoen de ziel en identiteit van de Brabantse hoofdstad. Tijdens dit 'Beleg van Den Bosch', dat het midden houdt tussen een parlementaire enquête en een uit de hand gelopen kampvuurgesprek, voelen ze tal van [ex]-Bosschenaren aan de tand. Enkele gasten tot nu toe: John en Nolly Manders [Hart van Brabant], Piet Lathouwers [kenner van het old-boys-network], Cornelis Verhoeven [classicus en filosoof], Yvonne van der Hurk [de van oorsprong Bossche actrice] en Fred van Hoorn [aanvoerder FC Den Bosch].
    'Het Beleg van Den Bosch', dat AdHoc in samenwerking met Theater Bis en het Brabants Dagblad maakt, zal op woensdag 4 april volledig in het teken van Jeroen Bosch staan. Jan van den Berg: "De vorm van de avond? Dat kan een spannend kruisverhoor zijn. Of een viergangendiner. In ieder geval staan op ons verlanglijstje de Proost [voorzitter van een kapittel - red.] van de onze Lieve Vrouwe Broederschap; Henk van Os, de voormalige directeur van het Amsterdamse Rijksmuseum en groot kenner van de middeleeuwse schilderkunst; Jos Koldeweij, mede-samensteller van de Bosch-expositie in Boijmans Van Beuningen; de historicus Herman Pleij of Gerard Rooijakkers en een schilder uit Den Bosch die het vak verstaat."

    Buitensporig

    Volgens Van den Berg huisde ook in Jeroen Bosch een uitgesproken 'Bossche ziel'. "Enerzijds zie je bij hem behoudzucht en angst voor het buitensporige, tegelijkertijd de wil om met dat buitensporige te koketteren. Die paradox vind je niet alleen in de schilderijen van Bosch terug, maar bijvoorbeeld ook in het Carnaval."
    Als het even kan willen de heren van AdHoc in de vroege lente afreizen naar Madrid voor diepgravend onderzoek in het Prado. "Het lijkt me geweldig om een van de restaurateurs van de 'Tuin der Lusten' te interviewen. Maar het zou ook kunnen dat we tijdens het 'Beleg van Den Bosch' een levende reproductie bieden van alle seksuele uitspattingen die de 'Tuin der Lusten' bevat. We sluiten niets uit; een actrice hebben we al op het oog."

    [Top]

    Hóe was de naam?

    Historici blijven flink verdeeld over de precieze naam van de vijftiende-eeuwse Bossche schilder. Heette hij Jeroen, Jheronimus, Hieronymus of Joen? En was zijn achternaam Van Aken of Bosch? Charles de Mooij - 'en dat is mijn enige, echte naam' - is adjunct-directeur van het Noordbrabants Museum. Op verzoek van de redactie ontwart hij enkele misverstanden,

    De Mooij: "Officieel heet hij Jheronimus van Aken. Waarschijnlijk is dat ook zijn doopnaam. Zelf kiest hij niet voor de familienaam Van Aken maar voor Bosch. Die naam, Jheronimus Bosch, vind je ook in uit akten over bijvoorbeeld onroerend goed dat hij verkoopt, zoals een stuk land dat zijn vrouw Aleid erfde. Het is echter zijn zondagse naam. Zijn 'doordeweekse' naam is Jeroen Bosch, en dat levert juist verwarring op. Zo vinden we in archieven teksten waarin staat 'Jheronimus bijgenaamd Joen'. Iedereen die zich met oude teksten bezighoudt weet echter dat in die tijd veel afkortingen voorkwamen. Zeer waarschijnlijk is Joen dan ook een contractie, oftewel een samentrekking, van Jeroen. Hieronymus is in ieder geval faliekant verkeerd, want dat is de naam van een kerkvader. In de regel spreken historici over Jeroen Bosch, een gewoonterecht dat in de loop van de tijd is ontstaan. Kortom: wij gebruiken de naam Jeroen Bosch; zelf noemt hij zich Jheronimus Bosch en op straat spraken ze in die tijd waarschijnlijk over Jeroen van Aken". Bent u er nog?

    Meepraten: Het Reactieforum

    [Top]

    Panorama op de Wereld

    Een torenluikje. U opent het. Knarsende scharnieren. En een verbaasd landschap voor u. Zo laat de expositie 'Panorama op de Wereld' zich van 17 maart tot en met 10 juni 2001 beleven. Het Noordbrabants Museum toont maar liefst 100 schilderijen, prenten en tekeningen van zestiende- en zeventiende-eeuwse landschapskunstenaars plus een herontdekt werk van Jeroen Bosch.

    De expositie, met de ondertitel 'Het landschap van Bosch tot Rubens', laat overtuigend zien hoe veel tijdgenoten van Bosch inspiratie ontleenden aan zijn raadselachtige landschappen. Zuid-Nederlandse schilders kozen in de zestiende eeuw vooral bijbelse en mythologische onderwerpen, maar lieten bij het schilderen van de 'wereldse' achtergronden hun fantasie de vrije loop. Conservator Paul Huys Janssen van het Noordbrabants Museum: "Zo weten we dat Pieter Brueghel de Oude naar Italië reisde en onderweg de Alpen tekende. Bij zijn terugkeer in Antwerpen bewerkte hij zo'n romantisch vergezicht tot een fictieve achtergrond voor een bijbelse figuur. Er zijn tal van die wonderlijke combinaties. Neem Brueghels' 'Kindermoord te Betlehem'; op de achtergrond zie je een Vlaams dorp. Dat versterkte de herkenning. Maar ook schilders als Joachiem Patenier en Herri met de Bles 'componeerden' hun landschappen. Bij een schilder uit de school van Patenier zie je bijvoorbeeld in één Ardenner landschap verschillende rotsformaties die in werkelijkheid nooit samen kunnen gaan."

    Herontdekt paneel

    In de loop van de zeventiende eeuw kantelt de opvatting over landschapskunst; de Noord-Nederlandse schilders laten het ongerijmde varen en kiezen meer voor realisme. Huys Janssen: "Zelfs een figurenschilder als Rubens waagde zich als 60-plusser aan landschapskunst. Moest ook wel, want hij had artritis. Een scheef oog schilderen kon natuurlijk niet. Maar een boom met wat extra takken? Geen haan die er naar kraaide."
    Op de expositie is ook het dubbelzijdig beschilderde paneel 'De heilige Jacobus en Hermogenes de magiër' en 'Kloosterhuis van volgelingen van de heilige Antonius' te zien. Dit pas herontdekte werk van Jeroen Bosch is afkomstig uit het Musée des Beaux-Arts te Valenciennes.

    Jeroen Bosch viert Carnaval

    Jeroen Bosch, die 'De Blauwe Schuit' schilderde, was zeer waarschijnlijk vertrouwd met Carnaval. Hoe zou hij dit feest in 2001 beleven? Rob van de Laar, minister-president van de Oeteldonksche Club en archivaris, laat zijn gedachten de vrije loop.

    - Welk thema voor de Grote Optocht zou Bosch aanspreken?
    Ik hoop dat van de nieuwe bouwhal, want die hebben we dondershard nodig voor het veiligstellen van deze onovertroffen optocht, maar ik denk toch de vele wagens met de gevallen draak voor het station. De draak is een fictief en mystiek dier dat past in zijn schilderingen.
    - Zou Bosch het huidige Carnaval zondig vinden?
    Ja, in ieder geval de overdaad. Maar daartegenover staat dat hij de goedaardige wijze van persiflage en parodie met als doel een kritische noot richting maatschappij van harte zou ondersteunen.
    - Zou Bosch het dulden dat ook Knillis tijdelijk een standbeeld op de Markt heeft?
    Boer Knillis stelt de vermeende stichter van Oeteldonk voor. Dat er voor een fictieve figuur in het vastenavondspel een beeld wordt opgericht kan geen kritiek opleveren van Jeroen.
    - Wat zou Bosch' grootste angst zijn tijdens Carnaval?
    Dat hij Rob van de Laar zou tegenkomen, want die heeft zo ontzettend veel te vragen over de betekenis van zijn werk waarin zovele vastenavondelementen verwerkt zijn.
    - Hoe zou Bosch het symbool van de oetel interpreteren?
    Waarschijnlijk net als vele andere Bosschenaren: verkeerd. Zij denken om tot nu toe onverklaarbare redenen dat een 'oetel' een kikvors is - en dat is niet waar! De kikvors stond in de tijd van Jeroen symbool voor slechte zaken zoals perversiteit maar ook voor vruchtbaarheid dus zou het, in de beleving van Jeroen, wel logisch klinken dat het symbool van de kikvors verwant is aan de vastenavond als lentefeest.
    - Welke [oude] carnavalskraker zou hem het meest bekoren?
    'Onze ouwe Sint Jan', want dat betekent dat dat prachtige bouwwerk waar hij in zijn tijd nog arbeiders aan het werk heeft gezien tijdens de bouw, waar hij diensten heeft meegemaakt als o.a. lid van de Illustre Lieve Vrouwebroederschap en waar hij werd begraven, het in ieder geval tot in de twintigste eeuw heeft uitgehouden.

    [Top]

    In de Nieuwskrant van april:

    • Jeroen Bosch op duizend-en-een websites
      Van middeleeuws dineren tot Japanse SM
    • Projectbeschrijvingen
      Actuele info over Bosch-evenementen in april en mei
    • Non, non rien n'a changé?
      Parallellen tussen 1501 en 2001
    • V2 on-line met Jheronimus Bosch-spel
      Enter your name!
    • Bosch en zijn huisvesting aan de Markt
    • Een 'kadastrale' zoektocht

    Informatie

    Deze gratis Nieuwskrant zal in 2001 onregelmatig verschijnen en is verkrijgbaar bij onder meer culturele instellingen, gemeentehuis en VVV in 's-Hertogenbosch. Indien u deze Nieuwskranten toegezonden wilt krijgen, kunt u zich telefonisch aanmelden op 073 - 6 13 76 71 of via de website www.jeroenboschjaar.nl

    Jeroen Bosch jaar 2001
    Postbus 1704
    5200 BT 's-Hertogenbosch
    073 - 6 124 505 [zakelijk en organisatorisch]
    073 - 6 13 76 71 [publieksinfo]
    073 - 6 124 544 [fax]
    E-mail jeroen@jeroenboschjaar.nl

    [Top]


    Nummer 1- januari 2001

    De Nieuwskrant van Januari 2001 bevat de volgende onderwerpen:

    · Jeroen Bosch jaar voor iedere Bosschenaar
    · Waarom een Jeroen Bosch jaar?
    · De organisatie
    · De activiteiten
    · SNS Reaal Groep hoofdsponsor
    · Tien associaties bij Bosch
    · Kleurig standbeeld
    · Informatie


    INTERVIEW WETHOUDER VAN KATWIJK

    "Jeroen Bosch jaar voor iedere Bosschenaar"
    Valt het u ook op? Volgens kenners is het standbeeld van Jeroen Bosch op de Markt deze winter circa 20 graden zuidwaarts gedraaid. De vijftiende-eeuwse schilder kijkt voor het eerst naar het stadhuis. En lijkt nog te glimlachen ook. Gezichtsbedrog? Wethouder Kees van Katwijk: "Alles wat we willen zien, zien we ook. Maar in de mysterieuze wereld van Jeroen Bosch is niets uitgesloten. Feit is dat de gemeente in 2001 het fundament wil leggen voor structurele aandacht voor Jeroen Bosch. Ik verwacht dat men vanuit de hele wereld zal uitkijken wat we hier in de stad gaan ondernemen om de belangstelling voor Jeroen Bosch blijvend levendig te houden."

    Op zijn tafel in het Bossche stadhuis liggen twee dikke naslagwerken over de fameuze schilder. Wethouder van Katwijk, die de sector toerisme in zijn portefeuille heeft, bladert er graag in. "Ooit was ik leraar Nederlands en geschiedenis, maar zijn schilderijen zijn me ook daarna blijven fascineren. Zo kan ik me herinneren dat in 1975 in het Prado te
    Madrid oog in oog stond met zijn schilderij 'De Zeven Hoofdzonden'. Imposant, want elk werk van Jeroen Bosch roept de intrigerende vraag op: 'Wat heeft-ie bedoeld?'. Al eeuwen zoeken mensen naar interpretaties van zijn schilderijen." Hij slaat een van de kunstboeken open. "Moet je zien: die gedrochten en opengesneden buiken. Of zonden als gramschap en gulzigheid. Dat alles maakt Jeroen Bosch soms tot een cryptogram dat je graag wil oplossen. Sowieso is de aandacht voor de [late] Middeleeuwen sterk op het moment. Ik merk het ook aan jongeren. Het mystieke herleeft; de aandacht voor spiritualiteit en geloof neemt toe. In dat licht lijkt Jeroen Bosch tegenwicht te bieden aan de ratio en de technologie waarop het accent ligt in de 21ste eeuw."

    Verloren Zoon
    Een van Bosch' beroemdste werken heet 'De Landloper', oftewel 'De Verloren Zoon'. Een profetische titel? Ja, want de laatmiddeleeuwse schilder is in 's-Hertogenbosch enigszins vergeten, maar keert in 2001 eindelijk weer huiswaarts. Van Katwijk erkent dat de schilder in onze stad lange tijd in de schaduw heeft geleefd. Sinds de succesvolle Bosch-tentoonstelling in 1967 - zo'n 300.000 bezoekers trokken naar het Noordbrabants Museum - is het dan ook opmerkelijk stil. "Dat willen we in een klap veranderen", stelt Van Katwijk. "De tijd is er ook rijp voor. Zo haken we graag aan bij Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa, waar mensen uit de hele wereld de grote Jeroen Bosch-expositie in Museum Boijmans Van Beuningen zullen bezoeken. Dat biedt de geweldige kans om Jeroen Bosch ook hier voorgoed uit de vergetelheid te halen. Per slot van rekening is 's-Hertogenbosch het cultuurhistorische decor waarin hij heeft geleefd en gewerkt. Rare gedachte als je over de Markt of door de Hinthamerstraat loopt: daar liggen ook zijn voetstappen."

    Onderhuids
    Zorgen over publieke aandacht voor de tientallen evenementen in 2001 maakt hij zich allerminst. "Jeroen Bosch leeft onderhuids. En er is weinig voor nodig om dat naar boven te halen. Zijn werk en leven passen ook uitstekend bij het erfgoed van de stad, zoals de Sint Jan, de Binnendieze, de vestingwerken en het Zwanenbroedershuis, waar Bosch lid was van de Illustere Genootschap. Kortom: alle ingrediënten zijn aanwezig voor een 'boschwandeling' in de stad of andere activiteiten waarbij we Jeroen Bosch en het erfgoed met elkaar integreren. Vooropstaat dat het Jeroen Bosch jaar een feest voor iedereen is. Niet alleen voor de 'fine fleur', maar ook voor de Bosschenaar die misschien niet elke dag de kunstpagina van de krant leest. Gelukkig is de aandacht
    voor cultuur en historie groot in deze stad. Als ik zie hoeveel mensen deelnemen aan de cursus Boschologie en intekenen op activiteiten van de Kring Vrienden van Den Bosch, dan moet het een kleine stap zijn naar dit evenement. Ook voor jongeren is het Jeroen Bosch jaar bestemd, want op het vlak van educatie biedt het volop kansen. Op de eerste bijeenkomst over het Jeroen Bosch jaar zag ik verschillende mensen uit het
    onderwijs, onder wie de rector van een groot lyceum. Daar mogen we hoop uit putten."

    Full speed
    De grootste kracht van het Jeroen Bosch jaar? Van Katwijk, na 0,75 seconde bedenktijd: "Allerlei disciplines in de stad zetten gezamenlijk de schouders eronder. Niet alleen de gemeente en culturele instellingen, maar ook bedrijfsleven, onderwijs, particulieren. Bovendien heeft de raad afgelopen herfst unaniem ingestemd met het voorstel om fl 560.000,- uit te trekken voor de organisatie van het Jeroen Bosch jaar. Er is ook
    geld beschikbaar gesteld voor een haalbaarheidsonderzoek naar een Jeroen Bosch Centrum, waar zijn werk in gedigitaliseerde vorm permanent getoond zou kunnen worden. Dat brede draagvlak doet me goed. Alleen zo leggen we het fundament voor duurzame aandacht. En na 2001? Full speed verder, want enthousiasme moet je nooit teloor laten gaan."

    [Top]

    NOODZAKELIJKHEID V/H EVENEMENT EN DE ORGANISATIE

    Waarom een Jeroen Bosch jaar?
    De schilder Jeroen Bosch [circa 1450 - 1516] leefde en werkte binnen de Bossche stadsmuren. Kunstkenners rekenen hem tot de tien beroemdste schilders ter wereld. Toch heeft 's-Hertogenbosch zich nooit geafficheerd als de Stad van Jeroen Bosch. Gelukkig gaat in 2001 het roer om. In opdracht van het College van B&W organiseert Stichting Bosse Nova het Jeroen Bosch jaar 2001, dat de opstap vormt voor structurele aandacht voor deze schilder.

    De lat zal hoog liggen in 2001. Stichting Bosse Nova, de stuwende kracht achter onder meer Theaterfestival Boulevard, wil in overleg met tal van partijen culturele, cultuurhistorische en toeristische activiteiten organiseren die verspreid over de maanden april tot en met december 2001 zullen plaatsvinden. Bondgenoot is Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa, dat met een kolossale expositie in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen aandacht schenkt aan leven en werk van Bosch.
    De Bossche activiteiten - die zich vooral concentreren in de periode van september tot en met december - zullen in nauwe samenspraak met vele lokale instellingen, organisaties en individuen ontwikkeld worden. Dat is ook het belangrijkste kenmerk van het Jeroen Bosch jaar: het is een evenement waarbij talloze partijen in de stad zich achter één overkoepelend thema scharen. De ambitie? Een uitdagend programma dat nationaal en internationaal de aandacht zal trekken.

    [Top]

    De organisatie
    Opdrachtgever voor het Jeroen Bosch jaar 2001 is de gemeente 's-Hertogenbosch. Coördinator en uitvoerend producent is Stichting Bosse Nova. Onder haar vlag werkt een projectgroep sinds zomer 2000 aan de voorbereidingen. De projectgroep telt zeven leden die thuis zijn in verschillende disciplines - van cultuur en toerisme tot productie, van sponsoring tot pr en communicatie. De namen: Ankie Til [coördinator], Ruth Giebels, Wim Claessen, Lies Frankhuyzen, Lian Duif, Sebastiaan Beks en Eric Alink.
    Bovendien kent het Jeroen Bosch jaar een adviescommissie die alle ingediende plannen op artisticiteit, toegankelijkheid en haalbaarheid beoordeelt. De leden van deze commissie zijn Jos Wilbrink [Nieuwe Brabantse Kunst Stichting], Bernard Vermet [samensteller Jeroen Bosch-expositie Boijmans Van Beuningen]; Eveline Winkel [manager Nederlands Bureau voor Toerisme en betrokken bij Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa]; Antoine Uitdehaag [regisseur en oud-Bosschenaar]; Rob van der Laar [hoofd externe dienst Stadsarchief] en Jacques van Veen [directeur Holland Festival].

    [Top]


    VOORUITBLIK OP PROGRAMMA

    De activiteiten?
    Ho. Niet dringen. Nog even geduld. Want de definitieve lijst met activiteiten wordt - in twee tranches - pas in januari en in februari prijsgegeven. De reden? Ankie Til, coördinator van het Jeroen Bosch jaar 2001: "Sommige projecten zijn nog in potloodlijnen, andere liggen op tafel bij de adviescommissie, voor een derde categorie wachten we op de uitkomst van subsidieverzoeken en sponsorbesprekingen. Maar de oogst is fors."


    Ze toont een map met zo'n 40 plannen. "Dat is het resultaat van een uitnodiging aan tal van organisaties in de stad om ideeën te ontwikkelen. Opvallend is het grote enthousiasme. En ook het ambitieniveau is hoog. Zo willen veel indieners van plannen een tijdelijke samenwerking aangaan met nationale en internationale kunstenaars - van spraakmakende theatermakers tot musici en keramisten."
    Of individuele kunstenaars en gezelschappen op de valreep nog plannen kunnen indienen? Ankie Til: "Dat kan, mits het aansprekende plannen zijn die de adviescommissie alsnog wil honoreren. De mate waarin we die 'late' plannen financieel kunnen ondersteunen, zal echter afhankelijk zijn van de middelen die met name sponsors beschikbaar stellen. Maar publicitair geven we die projecten uiteraard wind in de rug."

    Een vooruitblik op het programma:

    - theater en dans [zowel in accommodaties als op locaties, waaronder de vestingwerken]
    - beeldende kunstprojecten
    - tentoonstellingen
    - muziek, zowel hedendaags als uit de [late] Middeleeuwen
    - filmfestival [i.s.m. Rotterdam 2001, Culturele Hoofdstad van Europa]
    - activiteiten rond Jeroen Bosch tijdens de diverse festivals in de stad
    - stadswandelingen
    - bronnenonderzoek
    - symposium
    - educatieve projecten voor basis- en voortgezet onderwijs
    - workshops
    - publicaties

    [Top]

    Sponsor JBJaar 200:

    SNS Reaal Groep hoofdsponsor
    SNS Reaal Groep heeft half december besloten het Jeroen Bosch Jaar 2001 met een bedrag van fl 500.000,- te ondersteunen.

    Volgens Jonne Verburg, belast met concern-communicatie bij SNS Reaal Groep, spreekt vooral het prestigieuze karakter van het Jeroen Bosch jaar aan. "Daar willen we ons graag mee associëren. Sowieso hebben we affiniteit met deze stad, aangezien ons hoofdkantoor hier is gevestigd. In totaal bieden we in 's-Hertogenbosch werk aan circa 1300 mensen."
    Tot de SNS Reaal Groep behoren onder meer de SNS-Bank en Hooge Huys Verzekeringen. Eerder liet de SNS-Bank zich gelden als belangrijke sponsor van Theaterfestival Boulevard en Jazz in Duketown.

    [Top]

    KOPPELING ZESTIENDE EEUW EN NU

    Tien associaties bij Bosch
    Over leven en karakter van Jeroen Bosch is niet bijster veel bekend. De redactie verzocht historicus Bernard Vermet, groot kenner van het werk van de schilder, om denkend aan Jeroen Bosch vrijelijk te associëren op tien trefwoorden.

    Gerecht: "Geen twijfel over mogelijk: hutspot. Dat schotelde Bosch als cadeau voor aan de Zwanenbroeders, waar hij lid van was. Hij gebruikte 25 pond vlees en peentjes. Nee, geen aardappelen. Kenden ze nog niet."
    Film: "Werk van Paul Verhoeven, ook al vind ik dat een vreselijke filmer. Toch klopt de ruwheid van de late Middeleeuwen die hij in zijn films schetst beter bij de werkelijkheid dan het idee dat die tijd alleen maar mooie kathedralen heeft opgeleverd."
    De Zeven Hoofdzonden: "Bij Bosch denk ik aan 'lust', ook al heeft men zijn 'Tuin der Lusten' vaak willen uitleggen als een aanklacht tegen liederlijk gedrag. Ik denk dat hij in stilte veel plezier beleefde aan het schilderen van blote mannen en vrouwen."
    Muziek: "Eerste associatie: Boudewijn de Groot. Die heeft het in 'Land van Maas en Waal' over 'het circus Jeroen Bosch'. Verder: de 16e-eeuwse koorboeken van Petrus Alamire."
    Stad: "Den Bosch. Als die stad er niet was geweest, had Rotterdam in 2001 geen Jeroen Bosch-expositie".
    Kleur: "Rood, al is dat niet de kleur die in zijn werk domineert. Ik denk met name aan het rood van de hel, vlammen en bloedkoraal. Maar ook aan alle vurigheid in zijn werk."
    Opvallendste karaktertrek: "Louter speculatief, maar ik vermoed moralisme. Verdiende hij toch zijn brood mee."
    Verlangen: "Ik denk dat Bosch erg graag in hogere kringen geaccepteerd had willen worden. IJdelheid was hem niet vreemd."
    Angst: "Angst voor de dood: hij kon aardig hellen schilderen."
    Bosch' reactie op Jeroen Bosch jaar 2001: "Blijdschap. Het zou hem absoluut vleien."

    Aanbevolen: (Vanaf 26 januari online) www.boschuniverse.com [de website van Museum Boijmans Van Beuningen met info over Jeroen Bosch.]

    [Top]

    PALET STANDBEELD JEROEN BOSCH IN KLEUR

    Kleurig standbeeld
    Grijs. En wit van duivenpoep: het standbeeld van Jeroen Bosch op de Markt oogt allerminst vrolijk. In januari krijgt het beeld evenwel kleur. Naar een idee van de Bossche kunstenaar Duke Burgerhof laat het gemeenbestuur het palet van Jeroen Bosch tijdelijk van vijf dotten verf voorzien.

    Voor het project, dat de titel 'Het Bonte Palet' draagt, zal gebruik worden gemaakt van polychromie. Duke Burgerhof: "Dat is een techniek die is ontstaan in de tijd dat Jeroen Bosch leefde. Bij polychromie wordt een beeldhouwwerk in verschillende kleuren beschilderd. Ik denk aan scharlaken rood, eigeel, loodwit, emerald groen en kobalt blauw. Oftewel: geen harde Mondriaanse kleuren, maar kleuren die je op een middeleeuws palet verwacht."
    Daarnaast heeft Burgerhof stadsbeiaardier Joost van Balkom uitgenodigd om een compositie aan het project te wijden. Dit muziekstuk zal in januari op het carillon van het stadshuis worden uitgevoerd.

    [Top]

    INFORMATIE

    Informatie
    De gratis Nieuwskrant zal in 2001 (on)regelmatig verschijnen en is verkrijgbaar bij onder meer culturele instellingen in 's-Hertogenbosch. Indien u deze Nieuwskranten toegezonden wilt krijgen, kunt u zich opgeven via het responsformulier op deze website.

    Jeroen Bosch jaar 2001
    Postbus 1704
    5200 BT 's-Hertogenbosch
    kantoor 073 - 6 124 505
    publiek 073 - 6 13 76 71
    fax 073 - 6 124 544
    e-mail jeroen@jeroenboschjaar.nl

    [Top]