|
|
Nummer
1 - januari 2001 Nummer
4 - november 2001 In dit nummer: - Varend de duivel en
winter verdrijven Varend de duivel en winter verdrijven In de late Middeleeuwen klonk in december luid klappertanden. Maar niet alleen vanwege de kou. Vooral het idee dat de winter het seizoen van de duivel was, bezorgde kippenvel. Gelukkig boden omkeringrituelen uitkomst. Zij hielpen bij de verdrijving van helse figuren, vorst, honger en onvruchtbaarheid. Van 13 december 2001 tot en met 6 januari 2002 bezegelt Stichting De Groote Stroom het einde van het Jeroen Bosch jaar met vaartochten over de Dieze die in het kaarsverlichte teken van omkeringrituelen staan. Omkeringsrituelen zijn eeuwenoude bezweringsfeesten waarin Germaans bijgeloof en christelijke opvattingen hand in hand gaan. Volgens de historicus Herman Pleij zou Carnaval hier zelfs uit zijn ontstaan. Al verdrijft de hedendaagse mens de winter bij voorkeur met hoogrendementsketel of verblijf op de Azoren, toch kent de Nederlandse cultuur nog sporen van omkeringsrituelen. Zo verjagen jongeren in Noord-Holland de duivelse kou met Luilakken – waarbij zoveel mogelijk herrie wordt gemaakt – en verslepen hun leeftijdgenoten in de Noord-Oost Polder tuin- en straatmeubilair van hot naar her – het zogeheten ‘kruien’. In december en januari beleeft ook ‘s-Hertogenbosch zijn bezweringsfeest: de Wintertocht. Voor het concept tekent theaterdocente Marian van Steen, die eerder de kinderspeurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ en de ‘Boschwandeling’ met audioguide bedacht. Inspiratie ontleent ze vooral aan de vogelbode op schaatsen, een duivels wezentje dat Bosch laat opduiken op zijn ‘Verzoeking van de heilige Antonius’ die in het Museum voor de Oudheid te Lissabon hangt. Verder doorploegde Van Steen boeken over omkeringsrituelen en bijgeloof. "Opvallend is dat ze in de tijd van Bosch niet alleen de duivel wilden verdrijven, maar ook een legitimatie zochten om feest te vieren. Zo kon je de ontberingen van de winter beter aan. Even opmerkelijk is dat omkeringsrituelen wereldwijd voorkomen. Voorbeelden? In Zweden leggen kinderen in november een lepel onder hun hoofdkussen. ’s Nachts komt een boze heks die lepel stelen. Maar na één blik in de glanzende lepel slaat ze op de vlucht voor haar evenbeeld. Dat bezweringsritueel zie je ook terug met Kerstmis: de spiegelende kerstballen in de boom moeten het kwaad verjagen. Een variant zie je op Madagascar, waar ze gekleurde flessen in de bomen hangen. Als die rinkelen in de wind, kiezen boze geesten het hazenpad." Baby-met-twee-hoofden Schaatsen De Wintertocht van Stichting De Groote Stroom vindt plaats op donderdag, vrijdag, zaterdag en zondag in de periode van 13 dec. t/m 6 jan. Dagelijks vertrek om 14.45, 15.45 en 16.45 uur. Het arrangement is inclusief koffie, gebak, glühwijn en eventueel diner. Reserveringen via het bezoekerscentrum van De Groote Stroom a/h Nachtegaalslaantje 1 (073-614 72 17) en bij de VVV-Uitwinkel aan de Markt (0900-11 22 33 4) Noordbrabants Museum wil navolgers van Bosch Het Noordbrabants Museum wil de komende jaren meer schilderijen van navolgers van Bosch verwerven. Zo moet een permanente collectie ontstaan die de aandacht op Bosch blijft vestigen. Eind vorig jaar beschikte het Noordbrabants Museum over drie werken van navolgers van Bosch. Binnenkort komen er vijf bij. "Acht werken is mooi, maar nog een tikje te weinig", vindt directeur Jan van Laarhoven. "Op ons verlanglijstje staan er nog verschillende, waaronder echte knallers. Het is onze intentie om die werken aan te kopen of langdurig in bruikleen te krijgen." Van Laarhoven noemt het een utopie dat zijn museum ooit de hand zal kunnen leggen op een authentiek werk van Bosch. Wereldwijd zijn slechts 25 werken aan de meesterschilder toegeschreven. Al die pronkjuwelen zijn in handen van toonaangevende musea in onder meer Madrid, Lissabon, Venetië, Wenen en New York. "Die willen ze uiteraard niet kwijt. Bovendien zou de aanschaf niet te bekostigen zijn. Maar een collectie van Zuid- en Noord-Nederlandse navolgers is een uitstekend alternatief. Per slot van rekening tonen zij in hun werk dezelfde thematiek als Bosch. Daar draait het immers om; niet alleen om de stijl." De ambitieuze plannen van het Noordbrabants Museum kunnen echter gaan botsen met de budgetten. Van Laarhoven: "Een klein schilderij van een navolger dat we hebben aangekocht kostte al fl. 350.000,–. En dat was een koopje. Als je de werkelijke topstukken wil aanschaffen, dan praat je al gauw over schilderijen van drie tot vijf miljoen gulden. Toch is zo’n collectie in onze ogen de manier om blijvend aandacht aan Bosch te wijden." Scholieren zetten tanden in Bosch De tijd dat jongeren bij het begrip ‘Bosch’ louter aan zoemende afwasmachines dachten, lijkt in ’s-Hertogenbosch definitief voorbij. Dat concludeert Jane van de Lest, coördinator van de vele educatieve projecten voor scholieren in het Jeroen Bosch jaar 2001. Op donderdag 15 november 2001 vindt op het Jeroen Bosch College [sic] de finale van de scholierenprojecten plaats. Op het Open Bosch Podium zullen lokale jongeren hun eigen op Bosch geïnspireerde verhalen, tekeningen, muziek en video’s openbaar maken. Andere wapenfeiten: in de nazomer en herfst hebben circa 1200 scholieren van het voortgezet onderwijs de Bosch-expositie in Rotterdam bezocht. In dezelfde periode stapten zo’n 900 leerlingen ‘De Wereld van Bosch’ in het Noordbrabants Museum binnen. Jane van de Lest: "Zo’n massale intekening had ik niet verwacht. Voor een flink deel is dat toe te schrijven aan het grote enthousiasme van docenten. Bosch leent zich ook uitstekend voor educatieve projecten, omdat zijn leven, werk en wereld vakoverstijgend zijn." Vuur en vlam Begin oktober coördineerde Van den Oord een scholierenuitwisseling in het kader van het Jeroen Bosch jaar. Leerlingen van het voortgezet onderwijs uit ’s-Hertogenbosch, Rotterdam en Leuven onderzochten enkele dagen lang zes thema’s in het werk van Bosch, waaronder ‘rijk en arm’, ‘hemel en hel’, ‘oorlog en vrede’. Het programma van de scholieren – 36 meisjes en 8 jongens – omvatte vooronderzoek, bezoek aan het Noordbrabants Museum en Museum Boijmans Van Beuningen te Rotterdam, een kijkje in de keuken van de Bossche en Rotterdamse curatoren en exclusieve lezingen van Jos Koldewij en Lucas van Dijck. "Een groot succes", concludeert Van den Oord. "En dat vond ik niet alleen. Tijdens de slotbijeenkomst in het stadhuis stelde Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de universiteit in Nijmegen, dat de scholieren met hun onderzoeken het niveau van zijn derdejaars studenten hadden bereikt. Eén opvallend onderzoeksresultaat? Dat leverden twee jongens uit Leuven. Met een videocamera hebben ze in hun eigen stad voorbijgangers ondervraagd over Bosch. Conclusie: in België is Bosch aanzienlijk bekender dan in zijn eigen geboortestad. Niet onbegrijpelijk: qua marketing hebben we in deze stad jarenlang zitten slapen." Duivel in inkt Muziekfestijn flirt met zestiende eeuw en nu Van hemelse klanken tot de hel van de decibel. Dat biedt het Muziekcentrum op zaterdag 10 en zondag 11 november. Een vooruitblik op enerverende concerten, die in hun absurdisme en veelkleurigheid niet onderdoen voor het klankpalet van de schilder. In de late Middeleeuwen bestond de overtuiging dat de duivel via het #oor# het menselijk lichaam binnendringt. Bosch had dan ook weinig op met muzikanten, die louter wereldse muziek speelden – in de kerken klonk alleen meerstemmige zang. Eén blik op rechterpaneel van De Tuin der Lusten zegt genoeg: de snaren van een harp doorklieven een zondaar; een luit verbrijzelt de rug van een naakte man die op een muziekboek ligt; duivels blazen op trompetten en bazuinen. Dat niet alleen Bosch gruwelde van wereldse muzikanten leert een vijftiende-eeuws tekstfragment van Dionysius de Kartuizer: "Hoe sal alsdan hunlieder ghehoor ghepijnicht worden / die nu in liedekens / in vuyle ende ydele woorden / in klappernyen ende lichtverdicheden hun verblijden?" Oordopjes Lelie Voor Broeren schuilt de charme van het tweedaagse festijn niet alleen in de muzikale confrontaties. Ook de evolutie van de polyfonie spreekt hem aan. "In de zestiende eeuw komt de meerstemmigheid tot zijn hoogtepunt. Tegelijkertijd zijn de polyfone werken uit die tijd nog niet onderworpen aan de harmonieleer zoals die vanaf de zeventiende eeuw geldt." Wandelende klankkast Programma Muziekfestijn: zaterdag 12 november Overrompelende intermezzi leveren de vier leden van het Tilburgse hardcoregezelschap Blast. Dit kwartet zal nieuwe werken van de componisten Frank Crijns en Dirk Bruinsma uitvoeren, die zich lieten inspireren door Clemens non Papa. Ook Ineke Merkelbach van het Bossche ensemble de Blauwe Schuyt, dat is ingewijd in de muzikale geheimen van snorrebotje, pommer en vedel, levert muzikale omlijsting. zondag 13 november 15.30 uur: Cappella Pratensis is het twaalfkoppige vocaal ensemble dat zich strikt beperkt tot uitvoering van vijftiende-eeuwse muziek. Bij hoge uitzondering verlaten ze hun vertrouwde pad en voeren ze een nieuw werk van Maurice Pirenne uit. Dit muzikale kopstuk uit ‘s-Hertogenbosch, onder meer verbonden aan de Sint Jan, liet zich inspireren door Clemens non Papa. 20.30 uur: Het vermaarde strijkorkest Musica Ducis speelt een compositie van Jan Rokus van Roosendael, dat eerder werd uitgevoerd door Nieuw Sinfonietta. Op het programma staat ook een instrumentale bewerking van Van Roosendael van een vocale compositie van Ockeghem. Opnieuw laten zowel Blast als de Blauwe Schuyt van zich horen. Voor informatie en reserveringen: 073 - 6 122 123 Jeroen Bosch ontsluierd? Tijdens het Jeroen Bosch jaar 2001 hebben hamsteraars hun voorraadkasten kunnen vullen met Boschwijn en Boschkoek. Bent u inmiddels verzadigd? Wetenschappers niet. Ze lusten wel pap van Bosch. Van 5 tot en met 7 november 2001 confronteren ze elkaar met recente onderzoeksresultaten op het eerste Internationale Jheronimus Bosch Congres in Rotterdam en ’s-Hertogenbosch. "Genoeg werk aan de winkel. Van Rembrandt of van Van Gogh zijn leven en werk tot in detail bekend. Maar bij Bosch ontbreekt zelfs zicht op de hoofdlijnen." Een gedachtewisseling met twee betrokkenen. Aan Bosch zijn meer dan duizend publicaties en vele tientallen websites gewijd. Toch is het dun gezaaid met symposia en congressen over de Bossche schilder. Rob van der Laar, hoofd externe dienst van het Stadsarchief: "Ooit is in Hongarije een internationaal congres aan hem gewijd. Maar dit is de eerste mondiale bijeenkomst in tijden. Vleiend dat het congres hoofdzakelijk in Den Bosch plaatsvindt? Natuurlijk, zelfs al bezit de stad geen authentiek werk van hem. Zelfs het bronmateriaal in onze archieven is schaars. Daar staat tegenover dat veel van Bosch’ zijn leefwereld gespaard is gebleven: zijn woonhuis, de Sint Jan, de Binnendieze, het Zwanenbroedershuis en het stratenplan van de Bossche binnenstad. Die context is enorm veel waard." Tijdens het congres zullen gezaghebbende onderzoekers uit Nederland, België, Duitsland, Oostenrijk en Amerika hun licht over Bosch laten schijnen. Toch is het vraagteken in de titel van het congres – ‘Jeroen Bosch ontsluierd? – veelzeggend. Jac Biemans, educatief medewerker van het Stadsarchief: "De schilder Bosch en zijn wereld blijven een puzzel. Gelukkig willen velen die oplossen. Het kostte ons ook geen enkele moeite om sprekers te vinden. En de bezoekers komen uit alle windstreken. Van Italië tot Texas". Rimpelende vijver Suggesties doen ze volop. Een greep hieruit: de overname van de bejubelde website – www.boschuniverse.com – die Museum Boijmans Van Beuningen aan Bosch heeft gewijd; gebruikmaking van de foto’s van Bosch’ werken op ware grootte; bronzen objecten van figuurtjes uit werken van Bosch; de instelling van een Jeroen Bosch Prijs voor iemand die zich in de schilderkunst verdienstelijk heeft gemaakt. Tegelijkertijd willen ze zich hoeden voor een te elitaire aanpak. Een lastig parket, zo blijkt. Van de Laar "Enerzijds zie je ergerlijke mystificaties rond Bosch. Dan kan ik blij zijn met zo’n wetenschappelijk congres. Anderzijds vind ik veel Bosch-activiteiten te hoog gegrepen. Doe ook iets met een harmonie. Of met een amateur-gezelschap dat de abele spelen opvoert. Angst voor popularisering? Het kan mij soms niet gek genoeg. ‘De Nachtwacht’ dankt zijn internationale bekendheid voor een flink deel aan de koekblikken waarop-ie staat afgebeeld. Is dat fout? Nee. In het geval van Bosch zou je meer uit de kast mogen halen om de publieke belangstelling voor de stad en haar Gouden Eeuw te vergroten." Enkele onderdelen van het internationale congres ‘Jeroen Bosch ontsluierd?’ zijn voor het publiek toegankelijk: ma 5 nov. 21.00-22.00 uur: Openingslezing van prof. dr. Jos Koldeweij in Theater a/d Parade. ƒ 15,– di 6 nov. 20.15-22.00 uur: Concert in de Sint Jan. Uitvoering van profane en religieuze muziek uit de 15de en 16de eeuw door Schola Cantorum, Hortus Musicus, Daniel Speer Trombone Consort en Maurice Pirenne. ƒ 15,– wo 7 nov. 19.00-21.00 uur: Slotlezing van prof. dr. R. van Uytven en buffet in de Orangerie. ƒ 130,– Informatie en reserveringen: Stadsarchief [073 - 615 52 87] of VVV-Uitwinkel [0900- 11 22 33 4] Het Noordbrabants Museum verlengt zijn expositie ‘De Wereld van Bosch’ tot 20 januari 2002. Zowel de gunstige bezoekersaantallen als de sterke aandacht van de media hebben tot dit besluit geleid. De expositie ‘De wereld van Bosch’ – die aanvankelijk op 2 december zou eindigen – toont het culturele leven van de late Middeleeuwen in ’s-Hertogenbosch aan de hand van schilderijen, meubels, huisraad, insignes, boeken en filmbeelden. Zo ontstaat een opmerkelijk verhaal over de leefwereld van Jeroen Bosch, met niet alleen aandacht voor de vijftiende- en zestiende-eeuwse rijkdom, maar ook voor de rafelrand en rampen in die tijd. Volgens Rick Vercauteren, hoofd communicatie van het Noordbrabants Museum, trekt de expositie dagelijks 600 à 700 bezoekers. "Het succes hangt sterk samen met de laagdrempeligheid. Zeker in het onderwijs is de expositie goed gevallen. Verder merken we dat er veel mond-tot-mond reclame is. Maar ‘De Wereld van Bosch’ kent ook een ander succes. Verschillende instellingen in de stad hebben samengewerkt bij deze expositie; van het Stadsarchief en de gemeentelijke afdeling Bouwhistorie, Archeologie en Monumenten tot aan de Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening en Kring Vrienden van ’s-Hertogenbosch. Die samenwerking is winst, waar je ook na het Jeroen Bosch jaar op voort kunt bouwen." Nummer
3 - augustus 2001 In dit nummer: - "Geestelijke
luiheid is de ergste hoofdzonde"
Op het rechterpaneel van het drieluik ‘De Tuin der Lusten’ van Jeroen Bosch poept een zondaar ter boetedoening munten boven een hels gat. Toch kan kunst het niet zonder geld stellen – en die vlieger gaat ook op voor het Jeroen Bosch jaar 2001. Gelukkig leeft bij SNS Reaal Groep van oudsher het besef dat lokale sociaal-culturele initiatieven steun verdienen. Een gedachtewisseling met Hans Leenaars, voorzitter van de Raad van Bestuur van SNS Reaal Groep, die zich als hoofdsponsor aan het Jeroen Bosch jaar 2001 heeft verbonden. De affiniteit van SNS Reaal Groep met een initiatief als het Jeroen Bosch jaar 2001 komt niet uit de lucht vallen. Verschillende overwegingen vormden de grondslag voor het besluit om het project met maar liefst ƒ 500.000,- te ondersteunen. Leenaars: "De vele ondernemingen die opgegaan zijn in SNS Reaal Groep hebben overwegend gemeenschappelijk dat ze hun wortels op lokaal niveau hebben. Zo kenden de vroegere spaarbanken en verschillende verzekeraars een traditie in het beschermen van het sociaal-culturele erfgoed. Bij voorkeur gebeurde – en gebeurt – dat in de stad waar een bank of verzekeraar gevestigd is. Het zal helder zijn: ons hoofdkantoor staat in ‘s-Hertogenbosch. Bovendien hebben we een uitstekende relatie met het gemeentelijk bestuur dat het initiatief voor het Jeroen Bosch jaar heeft genomen. Uiteraard is het sponsoren van dit project niet helemaal altruïstisch; we zijn geen filantropische instelling. Je zoekt naar manieren om de naam van de groep en specifiek die van de twee hoofdmerken – SNS bank en Hooge Huys – plaatselijk sterk te afficheren." Spiegels Creatief Historici blijven bekvechten over de het aantal schilderijen dat van Bosch’ hand zou zijn. Van slechts 25 werken is de authenticiteit onomstreden. Wie roept dat hij een nog onontdekte Bosch bezit, trekt dan ook de aandacht. Zo meldde mevrouw Stoelinga uit Heerlen onlangs aan de organisatoren van het Jeroen Bosch jaar 2001 dat er mogelijk een Bosch op haar overloop hangt. Navraag leert dat het om een linnen doek van 90 bij 80 centimeter gaat waarop een landschap is geschilderd. Aan een watertje graast een kolossaal hert; bomen omkransen het tafereeltje. Mevrouw Stoelinga: "Het is een erfstuk van mijn schoonvader, ondertekend met de naam Bosch. Toen ik pas las dat dat een wereldberoemde schilder was, ging m’n hart even sneller kloppen. Er is me echter verteld dat er geen landschappen van Bosch op linnen bestaan. Of het een mooi doek is? De kleuren zijn wat flets. Het was zo vuil dat ik het regelmatig met ammoniak afneem. Diep teleurgesteld dat het geen echte Bosch is, ben ik niet. Mijn kleinkinderen zijn ook wel gelukkig zonder miljoenen guldens." Op zaterdag 1 en zondag 2 september staat de Bossche binnenstad in het teken van de Nationale Vestingstedendagen. Tal van activiteiten refereren aan het Jeroen Bosch jaar 2001. In 1996 hebben 17 Nederlandse vestingsteden zich in een samenwerkingsverband verenigd. Elk jaar tekent één van de steden voor het gastheerschap. Dit jaar zet ‘s-Hertogenbosch de poorten van het geheugen flink open; de Vestingstedendagen verwijzen naar de historie van de stad en het behoud van het culturele erfgoed – met het accent op Jeroen Bosch en de restauratie van de Bossche vestingwerken. Een vooruitblik op het programma van zondag 2 september tussen 12.00 en
19.00 uur: een historische markt, dieren op straat, vuurkorven, gildes,
schutterijen, vendelzwaaien, middeleeuwse kostuums, demonstratie
middeleeuwse dansen, de schutterij, historisch toneel van onder anderen
Moyses Bosch, middeleeuwse poppenkast, kruisboogschieten, valkeniers,
middeleeuwse muziek van onder anderen de Blauwe Schuyt en Stadspijpers, de
beiaard en oud-Hollandse spelen. Was Bosch een ketter, naaktloper, zwartkijker, moralist of satiricus? Bijna 500 jaar na zijn dood roept zijn werk meer vragen op dan een pakhuis vol cryptogrammenboekjes. Buiten kijf staat evenwel dat kennis van de leefwereld van Bosch sterk kan verhelderen. In dat besef wijdt het Noordbrabants Museum van 15 september tot en met 2 december 2001 een expositie aan het culturele leven van de late Middeleeuwen in ’s-Hertogenbosch. Schilderijen, meubels, huisraad, insignes, boeken en filmbeelden vertellen een opmerkelijk verhaal over rijkdom, rafelrand en rampen. Grote charme van de expositie is dat zij niet alleen de zonnige zijde van de wereld van Bosch maar ook de schaduwen toont. Zo illustreren de objecten zowel de economische bloei van de handelsstad ’s-Hertogenbosch als de armoede, de Gelderse oorlogen, de overstromingen, de epidemieën en de diepgewortelde angst voor de duivel. Centraal staat het fameuze schilderij ‘De Lakenmarkt’. Andere in het oog springende panelen zijn ‘De Geldwisselaar’ naar Marinus van Reymerswaele [circa 1493–1567] en het recent gerestaureerde ‘De strijd tussen Vastenavond en Vasten’, een kopie naar een schilderij van Bosch. Opvallend is ook een koperen figuur van een blinde. Het beeld maakt deel uit van de doopvont die Aert van Tricht in 1492 voor de Sint-Jan maakte; het is zeker dat Jeroen Bosch deze intrigerende figuur heeft gezien. Bij de meubels trekt een beschilderd tafelblad uit de Abdij van Berne de aandacht, evenals een zogeheten houten ‘dwalenrek’ waarvan de onderkant versierd is met duivelse kopjes. Pronkstuk in de categorie ‘huisraad’ is een grote aardewerken kan met symbolen van Catharina, Barbara en Agatha, beschermheiligen van drie Bossche rederijkersgilden. Verder omvat de expositie profane en religieuze insignes, boeken met houtsnedes van demonische en helse taferelen en objecten die verwijzen naar de armenzorg in de late Middeleeuwen, waaronder het Geefhuisreliëf uit 1525 dat vermoedelijk is vervaardigd door een neef van Jeroen Bosch. Polygoon en Floris Beeldtaal Aan de expositie ‘De Wereld van Bosch’ is een gelijknamig boek gewijd vol verrassende gegevens en nieuwe kunsthistorische inzichten in wereld en werk van de schilder. Het boek is verkrijgbaar in meerdere talen. Uitgeverij Adr.Heinen, Stadsarchief en Stichting ABC ƒ 27,50 ‘Mind your head!’, staat op het bordje boven de kelder van het pand Markt 61. Wie zich in de geestverruimende wereld van Bosch verdiept, snapt dat die waarschuwing niet alleen voor lange mensen bestemd is. Tot en met 31 december kunnen belangstellenden onder begeleiding van een gids de kelders van Bosch’ woonhuis bezoeken. Vermoedelijk in 1481 betrok Jeroen Bosch het pand ‘In den Salvatoer’ – links van de huidige schoenenwinkel Invito aan de Markt – waar hij tot zijn dood leefde en werkte. Zijn vrouw Aleid vanden Meervenne erfde het pand van haar gefortuneerde vader. Uit bouwhistorisch onderzoek blijkt dat de zijmuren, enkele balken van de vloer op de eerste verdieping en de kelders van het huidige pand middeleeuws zijn. Waarschijnlijk fungeerden de twee kelders, vanwaaruit een stenen trap naar het woonhuis voert, als atelier van Bosch. In het kader van het Jeroen Bosch jaar 2001 is dit ‘onderpand’ van Bosch, tijdelijk opgeknapt. Wie aanbelt, hoort een welkomsttekst van Jeroen Bosch zelf, waar oud-monseigneur Jan Bluyssen zijn stem aan leende. Eenmaal over de drempel vinden de bezoekers informatie over de architectuur van dit pand dat later ‘Het Root Cruijs’ werd genoemd. Opvallend is de zogeheten schijngevel die Bosch’ woonhuis bezat: het aanzicht wekte de suggestie dat het pand een extra verdieping telde. Tot 31 december toont een levensgrote afbeelding op zeildoek van het oorspronkelijke pand – naar een reconstructie van Harry Boekweit – hoe de voorgevel in de Middeleeuwen eruit moet hebben gezien. De kelder zelf kent ronde gewelven, een kaarsnis en een stookplaats – wellicht voor de bereiding van verf. Verder herbergt ze foto’s van originele werken van de meester die het Jeroen Bosch Atelier beschikbaar heeft gesteld en een vitrine met aardewerk uit de late Middeleeuwen. Een diacarrousel toont circa 20 details uit zes werken van Bosch. Een kijkje in de kelders is mogelijk op de Open Monumentendag op zaterdag 8 september. Verder maakt een bezoek deel uit van de cultuurhistorische wandeling die de Kring Vrienden van ‘s-Hertogenbosch aan de schilder heeft gewijd. Informatie: 073-613.50.98 of bij de VVV-Uitwinkel 0900-11 22 33 4. Wie al zijn schilderijen wil bezichtigen, moet reislustig van aard zijn. Een blik in de Bos/Bosch-atlas: zijn oeuvre hangt in Madrid, Escorial, Wenen, Venetië, Lissabon, Berlijn, Parijs, Washington, Brussel, Londen, Frankfurt, Gent en Rotterdam. De Stichting Brabantse Regionale Geschiedbeoefening [SBRG] bespaart u evenwel een zoektocht naar uw paspoort. Samen met het Noordbrabants Museum biedt zij in oktober en november een lezingenreeks over de wereld van Bosch. Vijf kenners van zijn werk gidsen u voorbij de horizon. zondag 7 oktober 14.00-16.00 In zijn lezing zal Charles de Mooij, hoofdconservator van het Noordbrabants Museum, uiteenzetten hoe Bosch op de drempel van de Nieuwe Tijd [circa 1500-1800] danste. De talrijke handelscontacten van Bossche kooplieden, maar ook de internationale ontdekkingsreizen, de uitvinding van de boekdrukkunst en de hervorming vergrootten de kennis van de wereld aanzienlijk. zondag 14 oktober 14.00-16.00 Rond 1500 stond ‘s-Hertogenbosch te boek als belangrijk kerkelijk centrum waar de religieuze kunst in zijn expansie en bloei kon wedijveren met klimop. Jos Koldeweij, hoogleraar kunstgeschiedenis aan de Katholieke Universitreit van Nijmegen zal uitweiden over Jeroen Bosch en het culturele klimaat waarin hij leefde. zondag 28 oktober 14.00-16.00 In de vijftiende eeuw hingen schilderijen van Bosch in de Sint Jan. Bovendien dook zijn werk op in kunstcollecties van aanzienlijke personen. Toch is weinig bekend over de waardering van Bosch in zijn vaderstad. Na het beleg en de inname van ‘s-Hertogenbosch in 1629 en het gedwongen vertrek van vele katholieke geestelijken bleek de herinnering aan de schilder vluchtiger dan terpentijn. Historicus Jan van Oudheusden doet uit de doeken hoe de appreciatie van Bosch sterk aan wisselingen onderhevig is geweest, 4 november 14.00-16.00 Op 30 juli 1517 werd de ‘Tuin der Lusten’ aangetroffen in het paleis van Hendrik III van Nassau te Brussel. Later maakte het deel uit van de collecties van Willem de Zwijger en Philips II. Zo belandde het schilderij uiteindelijk in het Prado te Madrid. Aan de betekenis van dit drieluik zijn in de loop van de tijd talloze publicaties gewijd. Ton Frenken, curator van de Boschtentoonstelling in 1967 in het Noordbrabants Museum, zal de verschillende interpretaties toelichten. 18 november 14.00-16.00 Spraakmakende tentoonstellingen, zoals de expositie die het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen in het najaar van 2001 aan Bosch wijdt, zijn buitenkansjes om de toeschrijving van werken aan een kunstenaar te betwisten en zo nodig te herzien. Geavanceerde onderzoekstechnieken, waaronder dendrochronologie, maken het immers mogelijk om onder meer het hout en de verf nauwkeuriger te dateren. Bernard Vermet, coördinator van de Bosch-expositie in Rotterdam, beschrijft hoe deze technische analyses plaatsvinden en welk nieuw licht dit op het werk van Bosch werpt. Belangstellenden dienen zich vóór donderdag 20 september aan te melden bij Stichting BRG: 073–61.46.193 of per e-mail: brg.brabant@wxs.nl De toegangsprijs voor deze lezingencyclus is ƒ 75,- inclusief koffie in de pauze. Beeldend kunstenaar Pieter Kusters is voor de duivel niet bang. Dat bewijzen zijn diabolische schilderijen en keramische beelden op de expositie ‘Foei, Teufel’ in het Noordbrabants Museum. Van 15 september tot en met 2 december onthult de Amsterdamse kunstenaar zijn fascinatie voor de helse visoenen van Jeroen Bosch. De interesse van Pieter Kusters [1958] voor zonde en zielestraf komt niet uit de lucht vallen. Tijdens zijn jeugd in de bedevaartsplaats Boxmeer sjokte hij herhaaldelijk mee in processies. In de kerken van Kalkar en Kevelaar kreeg hij oog voor altaarstukken, heiligenbeelden en gebrandschilderd glas. Kusters koos later voor schilderkunst omdat hij de tweedimensionale illusie groter acht dan de driedimensionale. Toch omvat ‘Foei, Teufel’ niet alleen geschilderde zelfportretten – waarop veelal de ogen ontbreken – maar ook objecten van geglazuurde klei. In deze keramische werken klinkt de liefde van Kusters voor de wereld van Bosch sterk door. Zijn fascinatie ontstond na het zien van ‘Het Laatste Oordeel’ in Wenen. In dit drieluik drijft Bosch naakte figuren in de armen van satanische gedrochten. Kusters blaast de zondige stervelingen eeuwig leven in – wat onder meer resulteert in een hoofd in een mand op voeten - en redt ze zo overdrachtelijk uit de hel. Al eerder vervaardigde Kusters keramische voorwerpen op kleine schaal: billen die uit een muur steken, lepelrekken beschilderd met motieven die hij aan Bosch ontleende en – exclusief voor het Jeroen Bosch jaar 2001 – het ‘duivelsknaapje’, een kapstokje in de vorm van een bloedrode appel waar twee beentjes uitsteken (te koop bij de VVV-Uitwinkel). ‘De Hooiwagen’ van Bosch doet vermoeden dat alleen #augustus# oogstmaand is. De organisatoren van het Jeroen Bosch jaar zien dat ruimer. "De uitstekende samenwerking tussen alle betrokken partijen sterkt ons in de overtuiging dat we ook na 2001 kunnen blijven oogsten. Het fundament voor duurzame samenwerking is gelegd." Ankie Til, coördinator van het Jeroen Bosch jaar 2001, is vooral opgetogen over de naamsbekendheid die Bosch in korte tijd in zijn stad heeft veroverd. "Dat was ook één van de doelstellingen. Alleen al het feit dat de meerderheid van de Bosschenaren haar voorkeur heeft uitgesproken voor de naam ‘Jeroen Bosch Ziekenhuis’ als opvolger van ‘Bosch Medicentrum’ illustreert dat de schilder weer is gaan leven in zijn stad. En dat mede dankzij de inspanningen van onze mediapartner Brabants Dagblad en de andere Bossche en regionale media zoals Omroep Brabant." Haar collega Ruth Giebels, belast met publiciteit en marketing, stelt dat ook de landelijke media ruim aandacht wijden aan de wederopstanding van Bosch. "NPS radio, Radio 1, de Volkskrant, Groene Amsterdammer, RTL-5, Telegraaf, Radio Rijnmond, Duitse en Vlaamse zenders om maar wat te noemen: Bosch blijkt zo aansprekend dat je de stad in één klap sterker op de culturele en toeristische kaart kunt zetten." Lakmoesproef Scholen voor basis- en voortgezet onderwijs in ‘s-Hertogenbosch hebben boven verwachting ingetekend op de educatieve Bosch-projecten die in september van start gaan. Coördinator Jane van de Lest van bureau Teckel Culturele Zaken: "Het enthousiasme is opvallend groot. Niet alleen het werk en gedachtengoed van Bosch blijken aan te spreken; ook de verschillende vakgroepen binnen het voortgezet onderwijs kunnen uit de voeten met het thema – van Geschiedenis en Nederlands tot Culturele Kunstzinnige Vorming [CKV] en Tekenen." In augustus begint op vrijwel alle scholen voor het voortgezet onderwijs de portretten- en gedichtenwedstrijd in het teken van Bosch; op 24 september en 8 oktober reizen zo’n 1100 leerlingen naar Rotterdam voor een bezoek aan de grote Bosch-expositie in Museum Boijmans Van Beuningen; enkele honderden brugklassers stappen dit najaar binnen in ‘De Wereld van Bosch’ in het Noordbrabants Museum. Op 15 november draagt het Jeroen Bosch College – een naam kan verplichten – het gastheerschap voor het Open Podium. Deze finale staat open voor alle Bossche scholieren die muziek, dans, video, foto’s, tekeningen of theater aan Jeroen Bosch hebben gewijd. Ook de basisscholen gaan in september aan de slag met Bosch. Zo’n 1000 scholieren bezoeken de film ‘Mariken’; 1000 anderen maken de speurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ en circa 350 kinderen betreden de ‘Wereld van Bosch’. Verder concerteert muziekensemble De Blauwe Schuyt op vele basisscholen. "We’re gonna walk en don’t look back", zong Bob Marley. De audiovisuele ‘Boschwandeling’ en de jeugdspeurtocht ‘Loop naar de hel met je trechter’ bewijzen echter dat lopen en omzien in de tijd uitstekend samengaan. Gesprek met de Nijmeegse theatermaker Marian van Steen, die de twee wandelingen samenstelde. "Tijdens de trechtertocht gaan kinderen op zoek naar de hel en de hemel in hun eigen stad, waarbij ze 15 opdrachten moeten uitvoeren. Dat concept blijkt een schot in de roos, want de tocht wakkert niet alleen hun kennis van de stad, Jeroen Bosch en de Middeleeuwen maar vooral hun fantasie aan. Enkele opdrachten: ‘Schrijf een paar dichtregels over Jeroen Bosch die op een binnenstadsmuur geschilderd kunnen worden’, ‘Bedenk zowel een gek hoofddeksel als een nieuwe kleur voor de mantel van het standbeeld van Bosch op de Markt’ of ‘Verzin een nieuwe titel voor ‘De Tuin der Lusten’, waarvan een replica van tienduizend puzzelstukjes bij de bibliotheek hangt’. Bij die laatste opdracht schreef een jongetje uit Kosovo: ‘Dit is het schilderij van het missende stukje’. Die reactie raakte me diep." Tijdens Theaterfestival Boulevard liep ze de kinderspeurtocht vele malen, soms met ouders in het kielzog. "Eén keer zag ik de bui hangen. Een beschonken Hagenees die met zijn kinderen meewilde. In de loop van de wandeling liet hij al zijn joligheid varen. Hij was diep onder de indruk." Opvallend blijken de vele connotaties die de hel voor kinderen heeft. Marian van Steen: "Bij hel denken ze aan alles dat duister of pijnlijk is. De gedenksteen bij het Joods Lyceum aan de Papenhulst maakt het diepst indruk op ze. Hiervandaan stelden de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog leerlingen op transport. Gelukkig zien kinderen de hel nooit zonder zijn tegenhanger: de hemel. Dat is uiteindelijk toch waar elk kind naar zoekt." Audioguide Jaarlijkse Boschdag Beide wandelingen zijn – ook na 31 december 2001 – te verkrijgen bij de VVV-Uitwinkel, het Noordbrabants Museum en het bezoekerscentrum van De Groote Stroom [Nachtegaalslaantje 1]. Kosten ‘Trechtertocht’: ƒ 6,–. Kosten ‘Jeroen Boschwandeling’: ƒ 15,– plus vertoon van paspoort of rijbewijs. In Filmtheater Jeroen en Cinema Parade vindt van do 20 t/m wo 26 september een festival plaats waarin Middeleeuwse zonde, zotheid en ziekte domineren. De exacte data van de films zijn nog niet bekend. Een voorproefje. • ‘Seven’ van David Fincher. Engels politiedrama (met Brad Pitt
en Morgan Freeman) over een seriemoordenaar, die de zeven hoofdzonden als
moordmotief gebruikt. Toegang: ƒ 11,–. Leden, CJP en Pas 65: ƒ 9,- Aanvang: 20.45 uur, Voor meer informatie: 073-6.125.125 Op woensdag 19 september 14.30 uur maken boekhandel Adr. Heinen en de Stadsbibliotheek de winnaars bekend van hun tweejaarlijkse boekenleggerwedstrijd die in 2001 in het teken van Jeroen Bosch staat. Schrijver en ceremoniemeester Paul van Loon zal tijdens de feestelijke bijeenkomst in de Nederlandse Hervormde Kerk onder meer voorlezen uit zijn nieuwe jeugdboek ‘De Andere Werkelijkheid van Jeroen Bosch’. Sinds enkele jaren nodigen boekhandel Adr. Heinen en de Stadsbibliotheek de leerlingen van alle 55 basisscholen in de regio ‘s-Hertogenbosch uit om een ontwerp voor een thematische boekenlegger te leveren. Uit de duizenden inzendingen voor 2001 selecteerde een deskundige jury negen ontwerpen. De ultieme keuze maakte kinderboekenschrijver Paul van Loon. Ton Meulman van boekhandel Adr. Heinen: "We hanteren drie leeftijdscategorieën: 4+, 7+ en 9+. Elke categorie levert één winnaar op. Een voorproefje? Eén kind tekende een groot hoofd, een ander vliegende mensjes plus een ‘Paul-van-Loon-figuurtje’, de derde maakte een variant op de schaatsende vogel van Bosch." De drie uitverkoren boekenleggers zullen in een totale oplage van 50.000 exemplaren gedrukt worden. Reserveren voor de gratis boekenleggermiddag op 19 september kan via de Stadsbibliotheek: 073-6 12 30 33. Nummer
2 - februari 2001 In dit nummer:
- theater- en dansproducties
Man van in de dertig. Met lichte vertwijfeling in zijn ogen: "Bosch. Je bedoelt van die boormachines?" Meisje van circa 17, achter de kassa van een supermarkt. "Sjezus; Jeroen Bosch. Uuhm. Nou, ik denk die ene van RTL-4. Die presentator. Toch?" Een bescheiden steekproef leert dat de naam Jeroen Bosch niet bij elke Bosschenaar een spaarlamp doet branden. Tijd voor wat licht in de duisternis. In 1450, volgens de boeken het geboortejaar van Jeroen Bosch, is 's-Hertogenbosch een belangrijke Bourgondische handelsstad met zo'n 20.000 inwoners. Neus dicht en ogen open: vanaf de hoger gelegen Markt maken we een korte stadswandeling. In de verte de Sint Jan-in-aanbouw; een wirwar van drekkige straatjes met houten huizen - op een enkel stenen pand na; veel kloosterlingen en pelgrims, waar 's-Hertogenbosch de bijnaam 'Cleyn Rome' aan dankt; even verderop de Dieze die drink-, was- en bluswater levert en de tientallen bierbrouwers en lakenververs van pas komt; stadmuren die de rondspokende bendes van Gelre buiten moeten houden; het galgenveld in het open land en overal op de loer de duivel en de dood - de helft van de kinderen sterft voor het vierde levensjaar. Dit is de stad van Jeroen Bosch, schilder van hoofdzakelijk religieuze onderwerpen, die in zijn werk de deurtjes openzet van een rariteitenkabinet vol zotte, mysterieuze en angstaanjagende wezens. Een schilder van naam, maar zoals bij veel kunstenaars - van Rembrandt tot Van Gogh - komt het ware applaus pas na het overlijden. Wonderlijk Aart Vos, historicus van het Stadsarchief in 's-Hertogenbosch, blijft lakoniek onder de late erkenning van Bosch. Klaarblijkelijk was de schilder niet zo belangrijk in de ogen van de machthebbers in de stad, vermoedt hij. "In alle zestiende-eeuwse kronieken over grote gebeurtenissen in 's-Hertogenbosch komt zijn naam niet voor. En het stadsbestuur heeft ook nooit een schilderij van hem gekocht. Wel heeft Jeroen Bosch op verzoek van de Broederschap van Onze Lieve Vrouwe, waarvan hij lid was, onder meer een glasraam voor de Sint Jan en gewaden voor de eredienst ontworpen. Ook beschikte hij over een eigen atelier aan de Markt, links van het huidige Hotel Central. Daar hij werkte in opdracht van onder anderen Philips de Schone, Margaretha van Oostenrijk, rijke families zoals de Nassaus en vorstenhuizen uit Spanje. Klinkende namen; zo onbelangrijk was hij dus ook weer niet. Dat lezen we ook af uit het feit dat Bosch veel navolgers kende. Toch blijft het een mysterie dat hij in 's-Hertogenbosch maar zo weinig sporen heeft nagelaten. Zo komen we op oude boedellijsten maar één Bossche familie tegen die indertijd een werk van Bosch aan de muur had hangen. Of hij de profeet is die in eigen land en stad nauwelijks werd geëerd? Daar lijkt het op, al ontbreekt een verklaring voor die matige aandacht. Mogelijk vond de lokale elite zijn werk wat 'wonderlijk': Bosch schilderde religieuze voorstellingen - van de geboorte van Christus tot arme kluizenaars - maar ook hellengedrochten, monsterlijke waterspuwers, een fluit tussen billen, een ei met pootjes. Het zou ook kunnen dat ze zijn werk niet representatief of internationaal genoeg vonden. Maar het blijft gissen." Helden Pas in de negentiende eeuw sijpelde in de Brabantse hoofdstad het besef door dat Bosch' méér was dan een 'insignis pictor' - oftewel: een 'merkwaardig schilder' - zoals hij in een oude ledenlijst van de Broederschap fijntjes wordt omschreven. Vos: "Historici waren in de negentiende eeuw gespitst op sprookjes en heldendaden. Het was de tijd van de romantiek en de vaderlandslievendheid. Zo herinnerden ze in Noord-Nederland graag aan de Gouden Eeuw; namen als Michiel de Ruyter en Piet Hein klonken weer als een klok. In Zuid-Nederland grepen ze vooral terug op de zogeheten Brabantse Gouden eeuw, oftewel de late Middeleeuwen. In die periode kon Jeroen Bosch uitgroeien tot een 'volksheld'. Dat hing ook samen met de negentiende-eeuwse restauratiegolf; schilderkunst en architectuur werden flink opgepoetst. Dat kwam de katholieken in het zuiden, waar veel middeleeuwse kunst behouden was gebleven, uitstekend van pas. In hun ogen waren de middeleeuwers de ware, reine gelovigen, waaraan de negentiende-eeuwers zich vooral moesten spiegelen." Eed De aandacht voor helden & halleluja, die aanhield tot in de twintigste eeuw, leefde ook bij de Bossche bestuurders. Op 17 juni 1930 onthulde burgemeester Van Lanschot het bronzen standbeeld van Jeroen Bosch op de Markt. In zijn feestrede vertelde Van Lanschot hoe al in 1926 het plan was ontstaan om Jeroen Bosch blijvend te eren. In dat jaar had Van Lanschot, invité bij de onthulling van een beeld in Oisterwijk en een gedenksteen in Breughel, in stilte beseft dat 's-Hertogenbosch in het krijt stond bij Jeroen Bosch. Van Lanschot: "Ik schaamde me over mezelf en mijn stadgenoten [...] en zwoer een eed: binnen drie jaar zou een beeld aan hem gewijd zijn." Die belofte verbrak hij niet, al kostte het nog een jaar uitstel en extra bedelpartijen om de gelden voor het prijzige kunstwerk in te zamelen. Werk aan winkel Lange tijd bleef het stil. Wel vond in 1967 een drukbezochte expositie van werken van Bosch in het Noordbrabants Museum plaats. Maar verder? Terwijl kunsthistorici wereldwijd het werk van Bosch de hemel inprezen, beperkte de lokale aandacht zich hoofdzakelijk tot naamgeving. In Noord opende eind jaren zeventig het Jeroen Bosch College zijn deuren; het parkje achter de voormalige Sint Josephkerk kreeg de naam Jeroen Bosch Tuin; op bierviltjesworp afstand van het standbeeld van Bosch vestigde zich café Jeroen. Gaat Bosch in 2001 eindelijk zijn fundament in 's-Hertogenbosch vinden? Ja, als het aan de gemeente ligt wel - al zal het soms vechten tegen de bierkaai zijn. Vos-met-een-zucht: "Het historisch besef is bedroevend. De meeste mensen vinden dat de geschiedenis pas begonnen is toen zíj in de wieg lagen. Luther, Napoleon, Karel de Grote: het gaat vrolijk op één hoop. En dat geldt niet alleen voor jongeren. Zo hoorde ik pas het verhaal over de onderdirecteur van een grote bank in 's-Hertogenbosch. De man wist niet dat Jeroen Bosch hier geboren en getogen was. Nog werk aan de winkel? Dacht het wel." De
ontcijfering van een schilderij Kunsthistorici vliegen elkaar al tientallen jaren beleefd in de haren over de betekenis van Bosch schilderijen. Een van zijn meest intrigerende werken is 'De verloren Zoon', dat in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen hangt. Een cryptogram aan een spijkertje? In zeker zin, want het blijft gissen welke stichtelijke les Bosch voor ogen had bij het schilderen van dit werk. Volgens sommigen is
de geschilderde figuur een landloper. Anderen zien er een melancholicus,
marskramer of schoenenlapper in. Een derde categorie stelt dat het een
astrologisch tafereel is, waarbij de man een Saturnuskind voorstelt -
al in de Middeleeuwen was men overtuigd van de invloed van planeten op
het karakter en het levenslot van een pasgeborene; een saturnaal kind
zou volgens de sterrenwichelaars lui en dom zijn. Lager wal Veel iconografen -
die zich bezighouden - met het ontcijferen van betekenissen en beeldtaal
op schilderijen - zien in de zwervende man evenwel 'De verloren Zoon'.
Volgens het gelijknamige bijbelse verhaal keert een jongen het ouderlijk
huis de rug toe, waarna hij aan lager wal raakt. Als hij na verloop van
tijd bankroet is, moet hij in arren moede varkens gaan hoeden. Dan komt
de 'verloren zoon' tot inzicht en besluit hij terug te keren naar zijn
vader, die van blijdschap een feest organiseert. Meer informatie over het werk van Jeroen Bosch vindt u op www.boschuniverse.com Op de schoorsteenmantel? Volgens Stedelijk Museum Het Kruithuis kan keramiek overal bekoren. Tijdens 'Floating Time III' exposeren tien kunstenaars hun werk in het water van de Groote Stroom - het oostelijk deel van de Binnendieze - maar ook op de kademuren en taluds van het stadsriviertje. Belangstellenden kunnen zich, vanaf half mei tot oktober 2001, met bootjes langs de kunstwerken laten varen, waarbij ze uitleg krijgen over zowel het historische decor als de keramische werken. 'Floating Time III', dat van eind april tot eind oktober loopt, is een initiatief van Stedelijk Museum Het Kruithuis in samenwerking met het Europees Keramisch Werkcentrum, de Akademie voor Kunst en Vormgeving, Cor Unum en de Groote Stroom. Voor het project zijn tien kunstenaars uit binnen- en buitenland benaderd die in hun beeldtaal verwantschap met Jeroen Bosch tonen. Inspiratie voor 'Floating Time III' ontlenen de deelnemers aan 'Garden of Delight' oftewel 'Tuin der Lusten' van Jeroen Bosch. De betrokken kunstenaars in vogelvlucht:
De Amsterdamse theatermaker Jan van den Berg en zijn Nijmeegse collega Rien Stegman - verenigd in Theater AdHoc - maken voorstellingen die nog nog het meest op bizarre talkshows vol encyclopedische feitjes en anekdotes lijken. Het liefst omsingelen de heren de waarheid, waarbij ze zich bewapenen met stapels krantenknipsels, videobeelden en requisieten. Collages of colleges? Beide, al doet de term 'investigative theatre' nog het meest recht aan hun stijl. In april leggen ze Jeroen Bosch op hun snijtafel. Maar liefst negen
avonden lang onderzoeken de heren dit seizoen de ziel en identiteit van
de Brabantse hoofdstad. Tijdens dit 'Beleg van Den Bosch', dat het midden
houdt tussen een parlementaire enquête en een uit de hand gelopen
kampvuurgesprek, voelen ze tal van [ex]-Bosschenaren aan de tand. Enkele
gasten tot nu toe: John en Nolly Manders [Hart van Brabant], Piet Lathouwers
[kenner van het old-boys-network], Cornelis Verhoeven [classicus en filosoof],
Yvonne van der Hurk [de van oorsprong Bossche actrice] en Fred van Hoorn
[aanvoerder FC Den Bosch]. Buitensporig Volgens Van den Berg
huisde ook in Jeroen Bosch een uitgesproken 'Bossche ziel'. "Enerzijds
zie je bij hem behoudzucht en angst voor het buitensporige, tegelijkertijd
de wil om met dat buitensporige te koketteren. Die paradox vind je niet
alleen in de schilderijen van Bosch terug, maar bijvoorbeeld ook in het
Carnaval." Historici blijven flink verdeeld over de precieze naam van de vijftiende-eeuwse Bossche schilder. Heette hij Jeroen, Jheronimus, Hieronymus of Joen? En was zijn achternaam Van Aken of Bosch? Charles de Mooij - 'en dat is mijn enige, echte naam' - is adjunct-directeur van het Noordbrabants Museum. Op verzoek van de redactie ontwart hij enkele misverstanden, De Mooij: "Officieel heet hij Jheronimus van Aken. Waarschijnlijk is dat ook zijn doopnaam. Zelf kiest hij niet voor de familienaam Van Aken maar voor Bosch. Die naam, Jheronimus Bosch, vind je ook in uit akten over bijvoorbeeld onroerend goed dat hij verkoopt, zoals een stuk land dat zijn vrouw Aleid erfde. Het is echter zijn zondagse naam. Zijn 'doordeweekse' naam is Jeroen Bosch, en dat levert juist verwarring op. Zo vinden we in archieven teksten waarin staat 'Jheronimus bijgenaamd Joen'. Iedereen die zich met oude teksten bezighoudt weet echter dat in die tijd veel afkortingen voorkwamen. Zeer waarschijnlijk is Joen dan ook een contractie, oftewel een samentrekking, van Jeroen. Hieronymus is in ieder geval faliekant verkeerd, want dat is de naam van een kerkvader. In de regel spreken historici over Jeroen Bosch, een gewoonterecht dat in de loop van de tijd is ontstaan. Kortom: wij gebruiken de naam Jeroen Bosch; zelf noemt hij zich Jheronimus Bosch en op straat spraken ze in die tijd waarschijnlijk over Jeroen van Aken". Bent u er nog? Meepraten: Het Reactieforum Een torenluikje. U opent het. Knarsende scharnieren. En een verbaasd landschap voor u. Zo laat de expositie 'Panorama op de Wereld' zich van 17 maart tot en met 10 juni 2001 beleven. Het Noordbrabants Museum toont maar liefst 100 schilderijen, prenten en tekeningen van zestiende- en zeventiende-eeuwse landschapskunstenaars plus een herontdekt werk van Jeroen Bosch. De expositie, met de ondertitel 'Het landschap van Bosch tot Rubens', laat overtuigend zien hoe veel tijdgenoten van Bosch inspiratie ontleenden aan zijn raadselachtige landschappen. Zuid-Nederlandse schilders kozen in de zestiende eeuw vooral bijbelse en mythologische onderwerpen, maar lieten bij het schilderen van de 'wereldse' achtergronden hun fantasie de vrije loop. Conservator Paul Huys Janssen van het Noordbrabants Museum: "Zo weten we dat Pieter Brueghel de Oude naar Italië reisde en onderweg de Alpen tekende. Bij zijn terugkeer in Antwerpen bewerkte hij zo'n romantisch vergezicht tot een fictieve achtergrond voor een bijbelse figuur. Er zijn tal van die wonderlijke combinaties. Neem Brueghels' 'Kindermoord te Betlehem'; op de achtergrond zie je een Vlaams dorp. Dat versterkte de herkenning. Maar ook schilders als Joachiem Patenier en Herri met de Bles 'componeerden' hun landschappen. Bij een schilder uit de school van Patenier zie je bijvoorbeeld in één Ardenner landschap verschillende rotsformaties die in werkelijkheid nooit samen kunnen gaan." Herontdekt paneel In de loop van de
zeventiende eeuw kantelt de opvatting over landschapskunst; de Noord-Nederlandse
schilders laten het ongerijmde varen en kiezen meer voor realisme. Huys
Janssen: "Zelfs een figurenschilder als Rubens waagde zich als 60-plusser
aan landschapskunst. Moest ook wel, want hij had artritis. Een scheef
oog schilderen kon natuurlijk niet. Maar een boom met wat extra takken?
Geen haan die er naar kraaide." Jeroen Bosch, die 'De Blauwe Schuit' schilderde, was zeer waarschijnlijk vertrouwd met Carnaval. Hoe zou hij dit feest in 2001 beleven? Rob van de Laar, minister-president van de Oeteldonksche Club en archivaris, laat zijn gedachten de vrije loop. - Welk thema voor
de Grote Optocht zou Bosch aanspreken?
Deze gratis Nieuwskrant zal in 2001 onregelmatig verschijnen en is verkrijgbaar bij onder meer culturele instellingen, gemeentehuis en VVV in 's-Hertogenbosch. Indien u deze Nieuwskranten toegezonden wilt krijgen, kunt u zich telefonisch aanmelden op 073 - 6 13 76 71 of via de website www.jeroenboschjaar.nl Jeroen Bosch jaar
2001 De Nieuwskrant van Januari 2001 bevat de volgende onderwerpen: · Jeroen
Bosch jaar voor iedere Bosschenaar
Op zijn tafel in
het Bossche stadhuis liggen twee dikke naslagwerken over de fameuze schilder.
Wethouder van Katwijk, die de sector toerisme in zijn portefeuille heeft,
bladert er graag in. "Ooit was ik leraar Nederlands en geschiedenis,
maar zijn schilderijen zijn me ook daarna blijven fascineren. Zo kan ik
me herinneren dat in 1975 in het Prado te Verloren Zoon Onderhuids Full speed NOODZAKELIJKHEID
V/H EVENEMENT EN DE ORGANISATIE De lat zal hoog liggen
in 2001. Stichting Bosse Nova, de stuwende kracht achter onder meer Theaterfestival
Boulevard, wil in overleg met tal van partijen culturele, cultuurhistorische
en toeristische activiteiten organiseren die verspreid over de maanden
april tot en met december 2001 zullen plaatsvinden. Bondgenoot is Rotterdam
2001, Culturele Hoofdstad van Europa, dat met een kolossale expositie
in het Rotterdamse Museum Boijmans Van Beuningen aandacht schenkt aan
leven en werk van Bosch. [Top] [Top] De
activiteiten?
Een vooruitblik op het programma: - theater en dans
[zowel in accommodaties als op locaties, waaronder de vestingwerken] Sponsor
JBJaar 200: KOPPELING ZESTIENDE
EEUW EN NU Aanbevolen: (Vanaf 26 januari online) www.boschuniverse.com [de website van Museum Boijmans Van Beuningen met info over Jeroen Bosch.] [Top] Voor het project,
dat de titel 'Het Bonte Palet' draagt, zal gebruik worden gemaakt van
polychromie. Duke Burgerhof: "Dat is een techniek die is ontstaan
in de tijd dat Jeroen Bosch leefde. Bij polychromie wordt een beeldhouwwerk
in verschillende kleuren beschilderd. Ik denk aan scharlaken rood, eigeel,
loodwit, emerald groen en kobalt blauw. Oftewel: geen harde Mondriaanse
kleuren, maar kleuren die je op een middeleeuws palet verwacht." [Top] Informatie Jeroen Bosch jaar
2001 |